September 2002 verscheen het evaluatierapport Pilot Project Relationeel
Geweld Nijmegen Hera Vrouwenopvang. De gemeente Nijmegen heeft opnieuw budget
gereserveerd om dit project voort te kunnen zetten (overigens wel gestimuleerd
door de opvatting dat de notitie veiligheid best uitgebreid zou mogen worden met
huiselijke veiligheid). In dit project is sprake van vroegtijdige crisis
interventie, waarbij de geweldpleger tijdelijk uit huis wordt genomen en
tussentijds met het slachtoffer en de dader wordt gesproken over
aangifte/vervolgtrajecten. Vanaf het najaar 2001 worden meldingen omtrent
relationeel geweld geregistreerd middels het politiesysteem BPS. In dit rapport
staan de volgende cijfers, gebaseerd op het aantal meldingen bij de polititie
geldend voor Nijmegen over de periode oktober 2001 tot januari 2002:
geregistreerd:639 geweldsdelicten waarvan voor 385 (60%) gevallen aangifte is
gedaan.
geregistreerd: 172 meldingen betrekking hebbend op relationeel geweld waarvan in
60 (35%) gevallen aangifte is gedaan. Van deze 172 meldingen zijn 24 gevallen op
heterdaad ontdekt, 132 meldingen gemeld, en 16 gevallen ambtshalve aangehouden.
De aard van het geweld was in 63 gevallen een conflict met fysiek geweld, in 74
gevallen een conflict zonder fysiek geweld, in 42 gevallen een conflict met
letsel en in 94 gevallen een conflict zonder letsel.
Plaats van het delict was voor 69% het geweld in een woning , voor 20% op de
openbare weg, voor 7 % in een gebouw en voor 4 % in de horeca.In 65% van de
gevallen betreft het een autochtone relatie, in 13% een allochtone relatie en
voor 22% een combinatie. Het rapport vermeld dat mensen afkomstig uit A2 landen,
overige rijke landen en die geen onderwerp zijn van achterstandsbeleid niet als
allochtoon zijn aangemerkt. Kijken we naar man/vrouwverhoudingen vs.
dader/slachtoffer dan is voor 43 % van alle gevallen is de dader een man, voor
8% de dader een vrouw, voor 41% het slachtoffer een vrouw en 8% het slachtoffer
een man.