Door Jaël Hooghuis
Groningen 2004
Degene die wel eens door een rosse buurt moet lopen zal heel goed begrijpen dat lang niet alle prostituees van Nederlandse afkomst zijn. De helft van de buitenlandse prostituees heeft geen eens de status inwoner van Nederland te zijn: ze zijn hier illegaal. Elk moment kunnen ze door de politie opgepakt en uitgezet worden. Vaak hebben veel prostituees valse paspoorten om toch achter de ramen te kunnen werken. Garantie en zekerheid is in de illegale prostitutie zeker niet aanwezig. De aard en omvang van dit circuit is moeilijk in kaart te brengen. Prostituees werken vaak op dubieuze plaatsen, werken onder een valse naam, verdwijnen en duiken plotseling weer ergens anders op. Sociale werkers moeten er vaak jaren over doen om enigszins een klein beetje vertrouwen te winnen van een prostituee; laat staan van een illegale buitenlandse, niet Nederlands sprekende prostituee. Neem zelf maar eens de proef op de som en probeer zomaar eens in gesprek te komen met een prostituee. Als hij/zij al wil spreken, hebben ze het liever niet over het werk. Bovendien stuit je op een taalbarrière, omdat maar weinig buitenlandse prostituees Engels, laat staan Nederlands beheersen. Als sociaal werker heb je minstens Spaans en Duits nodig om te communiceren. Degene die wat over de illegale prostitutie wil zeggen, blijft op een of andere manier in vage termen spreken, want er is een gebrek aan betrouwbare bronnen en gegevens. Er bestaan wel cijfers, maar hun betrouwbaarheid is zeer discutabel. Diverse instanties spreken elkaar dan ook regelmatig tegen.
Ondanks dat het totaalbeeld vaag is, valt er wel iets over de illegale buitenlandse prostituees in Nederland te vertellen. Toch blijft het een algemeen verhaal over wie en met wat voor redenen men hier in de seksindustrie is terechtkomt. Vooral is het interessant om hun situatie met betrekking op de ophef van het bordeelverbond vanaf oktober 2000 te analyseren.
De buitenlandse prostituees zijn onder te verdelen in vier herkomstgebieden. Deze zijn: Zuidoost-Azië, Latijns-Amerika, Noord-Afrika en Oost-Europa. Om te beginnen kwamen er in 1970/1980 veel Aziatische prostituees in Nederland werken. Ze zijn vooral afkomstig uit de Fillipijnen, Vietnam en Thailand. Veelal betrof het zogenoemde illegale prostituees. Daarna was er een zeer grote toestroom van Latijns-Amerikaanse vrouwen. Vooral Dominicaanse en Cubaanse vrouwen hebben hier in de seksindustrie werk gevonden. Zij zijn blijvers geworden. Er is geen weg terug uit schaamte en kapotgemaakte banden met de familie in eigen land. Vandaag de dag werken deze in meerderheid illegale vrouwen nog steeds in Nederland. Van een werkervaring van vijftien jaar behoor je niet op te kijken. Bij de groep uit Noord-Afrika moet je vooral denken aan Tunesiërs, Algerijnen en Marokkanen, maar er is ook een flink aantal prostituees afkomstig uit Nigeria. In eigen land worden ze geronseld en in feite als slaven doorverkocht en naar Nederland gestuurd. We spreken dan niet alleen over mannelijke ronselaars. In Nigeria zijn het veelal vrouwen die achter deze vrouwenhandel zitten. Ongeveer tien procent van de Noord-Afrikaanse prostituees is man en dat is relatief een hoog aandeel.
Vanaf het opengaan van de Oost-Europese grenzen is er een zeer groot aantal Oost-Europeanen naar Nederland gekomen, waaronder ook een een aanzienlijk aantal mannen. Hoewel velen illegaal in Nederland werkzaam zijn, hebben ze van justitie altijd al een voorkeursbehandeling gehad. Dit is zeer ten nadele van de Latijns-Amerkaanse prostituees, die al een arbeidsverleden hadden opgebouwd: Europeanen voor de Europeanen. Niet alle Oost-Europese illegale prostituees wisten dat ze in de Nederlandse seksindustrie zouden belanden. Vaak vertelde de criminele organisatie, die alles voor hen uitstippelden en aan wie de prostituees veel geld hadden betaald of schuldig waren, dat ze een schoonmaak- of oppasbaantje zouden krijgen. Ze hopen door hier te werken een straatarm thuisfront financieel te ondersteunen. Eenmaal in Nederland aangekomen wordt alles van hen afgenomen; geld, paspoort en dus hun identiteit. Ze blijken opeens volkomen afhankelijk van deze criminelen te zijn. Dikwijls gaan deze vrouwen en mannen pas onder bedreiging in de prostitutie werken. Al ruim eenderde van de prostituees in Amsterdam komt uit Oost-Europa.
Er zijn veel verschillende scenario's die voorafgaan aan illegale prostitutie. Zoals eerder verteld wisten veel illegale prostituees niet wat hen werkelijk in Nederland te wachten stond. Vluchten is vaak een onmogelijkheid en vaak worden de prostituees door de criminele organisatie in illegale seksclubs opgesloten. In deze clubs is de kans dat je minderjarige jongens en meisjes aantreft vrij groot. Het betreft vaak zogenoemde AMAS; minderjarige asielzoekers zonder ouders die een gemakkelijke prooi zijn voor ronselaars en loverboys [1]. Van de groep minderjarige prostituees zijn de meiden vaak tussen 12 en 16 jaar en de jongens gemiddeld tussen de 10 en 12 jaar zelfs. Naast de sekshuizen vind je ze ook in bepaalde tippelzones.
De weg terug uit dit illegale circuit is bijna een onmogelijkheid geworden. Illegale buitenlandse prostituees zijn beroofd van hun identiteit in eigen land wacht hen armoede en de schaamte van de familie. Ook zijn jongens en meisje door hun ouders aan deze seksronselaars overgedragen, zij het onder valse voorwendselen. De meeste hoeren hebben geen opleiding, geen andere werkervaring en spreken vrijwel niet de Nederlandse taal. Bovendien doet de politie er een schepje bovenop, door een beleid van 'getuigen en inpakken' te voeren. Als al een illegale prostituee aangifte doet, zal hij/ze na de getuigenis tegen de criminele organisatie geen verdere hulp en opvang krijgen. De politie zet ze daarna zo snel mogelijk het land uit. Soms moeten ze ook nog voor de kosten van de uitzetting opdraaien. Met deze juridische afhandeling blijven veel prostituees in gevaar voor wraakacties van hun pooiers/ronselaars die nog in hun eigen land actief zijn. Er is dus eigenlijk geen alternatief voor de illegale prostituee. Wat de overheid misschien vergeet, is dat niet alleen de seksslaaf hieronder lijdt, maar dat het bestaan van deze illegale en oncontroleerbare seksindustrie ook de schatkist schaadt. Wie weet hoe hoog het bedrag de overheid mist aan belastinginkomsten. Nu prostitutie sinds enkele jaren niet meer illegaal is, kan er ook gewoon belasting over de handel worden geheven. Klaarblijkelijk beseft de overheid dit verlies van belastinggeld nog niet en loopt de overheid dus op dit gebied achter de feiten aan.
Voor de ophef van het bordeelverbod bestond er een gedoogbeleid van de overheid ten aanzien van prostitutie. Deze ophef klinkt eigenlijk positief voor de prostituees en pooiers. Officieel heeft de prostituee arbeidsrechten bestaande uit, recht op een uitkering en een behoorlijke verzekering. Hij/zij is nu gewoon een werknemer. Alleen bij ARBO en het GAK weten ze nog geen raad met deze nieuwe werknemers. Administratief geeft het nog veel problemen. Door de registratie zou controle over de gehele prostitutie nu beter kunnen worden. Maar helaas, het omgekeerde schijnt eerder de waarheid te zijn. Sinds de ophef is het aantal politiecontroles in de rosse buurten sterk toegenomen. Onder het werk moet de prostituee zijn/haar identiteitsbewijs tonen. Vaak wordt een hele buurt in een keer uitgekamd. Het is een ware jacht op illegale hoeren. Prostituees en pooiers klagen over het verlies van klanten door deze door hun genoemde razzia's.Als de politie in een bordeel een illegale prostituee vindt, dan krijgt de bordeelhouder een fikse boete. Door deze criminalisering van illegale prostituees, raken deze mensen in een nog duisterder en oncontroleerbaarder circuit. Dit moest nu juist niet gebeuren, maar op dit moment wordt het beleid op deze tegenstrijdige manier ingevuld door de overheid. Er zijn politici die zeggen dat illegale prostituees binnen het nieuwe beleid niet op deze manier moeten worden behandeld, maar wezenlijke plannen blijven uit. Het blijft vaak bij lippendienst. Men noemt het probleem, weet dat het niet klopt, maar komt niet in actie.
Ondertussen gaat de jacht op illegale prostitutie op een vreemde manier door. Het schijnt dat de politie regionaal jaarlijkse streefcijfers heeft voor het oppakken en uitzetten van illegale hoeren. Daarmee schept de politie nog meer wantrouwen onder de misbruikte prostituees. Voor hen is justitie beslist geen hulp en toeverlaat. Daarom is van goed contact tussen de opsporing van criminelen en de belangrijkste getuigen geen goede communicatie, want er is totaal geen vertrouwen in de politie. Nee, de politie pakt waardevolle getuigen op en ondertussen kunnen de grote jongens ongestoord hun gang gaan. De overheid heeft onlangs nog eens de geldkraan dichtgedraaid voor de weinige opvangcentra voor (illegale) prostituees. Hoe denkt de overheid met een dergelijk scheef beleid de seksslavernij te kunnen aanvechten?
Noten
[1] Een loverboy is een aantrekkelijke en charmerende man die een meisje alles geeft. Het meisje raakt onder de indruk en wordt verliefd. De loverboy isoleert haar van familie en vrienden. Op een gegeven moment is het geld zogenaamd op en moet ze uit liefde en uit schuld voor hem in de illegale (minderjarige) prostitutie meewerken.