Alternatieve mannenreader voor de PL
1998
Inhoud:
Kort
verslagje van het derde mannenweekend te Rheden
De
anarchistische beweging en het patriarchaat
Bedenkingen
bij een strijd door mannen - Tegen mannelijke dominantie
Colofon:
Mannenstrijd brochure mei 1998
Redactie: Mannengroep 'Het slappe
handje'
Eindredactie & opmaak: Jane (Burpproducties)
Omslag: J&S
Drukwerk: Kaboem, Amsterdam
Deze uitgave is mede mogelijk gemaakt
door financiële steun van stichting Zwart Zaad.
Daar zaten we dan als pro-feministische
mannengroep. Geen enkel geschreven woord van ons in de reader van de
Pinksterlanddagen van Mei 1998. En dat terwijl we toch een productief jaar
achter ons hebben en genoeg stof om ons te presenteren. Het plan om dan maar
zelf onze woorden te publiceren kwam op. Het idee groeide van een gekopieerd
blaadje met een paar artikeltjes tot deze brochure.
WEES EEN MAN!
Vorig jaar tijdens de Pinksterlanddagen
was mannenstrijd een van de thema's. Een deel van de toen bijeengekomen mannen
is afgelopen jaar verder gegaan. Inmiddels zijn er drie landelijke
mannenweekenden geweest en is er een regelmatig bij elkaar komende groep mannen
die aan de slag zijn gegaan met mannenstrijd. Twee van hen, Jan den Besten en
Jens van Tricht, laten door middel van een email dialoog zien wat mannenstrijd
voor hun betekent en hoe ze bezig zijn geweest afgelopen jaar en tijdens het
schrijven van deze dialoog.
Jens:
Wat is er nu eigenlijk leuk aan mannenstrijd? Je stelt jezelf ter discussie en
brengt je eigen lieve ik aan het wankelen in het streven naar een betere wereld.
Maar wat krijg je ervoor terug? Vaak is het moeilijk je man zijn los te laten,
begint het met veroordelen van al die dingen die je zo eigen zijn, zoals
enthousiasme en gedrevenheid. Dan voel je je schuldig dat je een man bent, dat
je zonder het te willen bevoorrecht bent en daarmee anderen lastig valt,
vrouwen, maar ook mannen. Uiteindelijk beland je in een groot niets, je wilt
geen man meer zijn zoals je dat was maar weet niet hoe je dan wel kunt of moet
zijn. Je bent geen vrouw, daar wijst iedereen je steeds op, en je kunt je dus
niet zomaar bij de vrouwen aansluiten. Eigenlijk ben je dan gewoon niets, en wie
wil dat nou?
Jan:
Tja, wat is er nu leuk aan mannenstrijd. Moeilijke vraag, want wat ís
mannenstrijd eigenlijk? Is hoe we afgelopen jaar bezig zijn geweest
mannenstrijd? Het is in ieder geval leuk. Leuk om met mannen om te gaan die ook
om een of andere reden aan de slag willen met zichzelf en manlijkheid. Om met
elkaar te praten over wat dat dan inhoudt, man zijn. Om te merken dat we in de
loop van de tijd steeds vertrouwder raakten en intiemere dingen bespraken op een
manier die ik nog weinig heb meegemaakt onder mannen. Naar elkaar luisterend,
onzekerheden in elkaar herkennend en die onzekerheden voorzichtig laten zien,
hoe stuntelig soms ook. En nog steeds heb ik het gevoel dat we nog maar net zijn
begonnen.
Ik dacht dat ik niet zo veel moeite had met het loslaten van mijn manlijkheid.
Manlijkheid is voor mij altijd iets geweest waar ik me niet of moeilijk mee kon
identificeren. En nog steeds valt het me moeilijk om mannen aan te wijzen waar
ik me mee zou kunnen identificeren. Mannen die warm zijn, zich open stellen voor
anderen, geen onnodige ruimte innemen voor hun eigen ideeën, ook eens hun
tranen spontaan laten zien en toch nog steeds een fiets kunnen repareren en op
een prettige manier initiatief durven nemen.
Maar wat dan? Ben ik een mietje, een softie? Misschien dat velen mij zo zien,
soit, een leuke geuzennaam. Het valt me vaak makkelijker om leuke vrouwen aan te
wijzen. Er zijn er genoeg die prettig in de omgang zijn en inmiddels toch ook
hun portie 'fiets repareren' hebben geleerd. Soms vind ik het makkelijker om me
met hen te identificeren. Maar ja, daar zal ik toch ook nooit helemaal bij
horen, al is het alleen maar omdat ik anders ben begonnen in dit leven. Maar ben
ik dan niets?
Het lijkt er op dat mannen nog veel te doen hebben voordat de leegte gevuld is.
En dat begint met het herkennen van de vervelende kanten van manlijkheid. En ik
heb ze ook, al behoor ik niet tot de dominerende of macho types en heb ik al
flink leren luisteren en begrip te tonen. Toch heb ik last van enkele vervelende
trekjes. Zoals het altijd alles zelf willen uitzoeken, van de weg zelf willen
vinden (het duurt echt heel lang voordat ik iemand te hulp vraag) tot de moeite
die het me kost om mijn twijfels en angsten, die ik als mens toch heb, te delen
met anderen En als ik het al doe, dan toch veel makkelijker bij vrouwen. (In die
zin ben ik behoorlijk seksistisch.) Blijkbaar nemen vrouwen makkelijker de tijd
en de ruimte om te luisteren, of denk ik dat dat zo is.
Maar wat mannenstrijd nou eigenlijk is? Als vrienden dat aan mij vragen,
vrienden die niet zo veel kaas hebben gegeten van anarchisme en/of feminisme dan
weet ik het niet goed te verwoorden. Kunnen we door zo met onze eigen
probleempjes bezig te zijn de wereld positief veranderen?
Jens:
Het persoonlijke is politiek, dat is steeds mijn uitgangspunt. Ook wel te
verwoorden als: verbeter de wereld begin bij je zelf. Zonder dat je het daarbij
hoeft te laten uiteraard. Het gaat ook om het zoeken naar alternatieven voor het
systeem waar we tegen vechten. Voor mij is het belangrijk op een goede,
menselijke manier samen te leven, zodat iedereen optimaal tot haar recht en
ontwikkeling kan komen. Waar iedereen gewaardeerd wordt en waar de positieve
kanten van mensen worden benadrukt. Strijd tegen onrecht is heel belangrijk maar
daar mag het niet bij blijven. Kritiek leveren is makkelijk, maar laten zien hoe
het beter kan is de grootste uitdaging. Kritiek leveren is zowiso vaak al iets
afstandelijks, terwijl het gaat om persoonlijke onvrede als basis voor beweging
en activisme. Persoonlijk heb ik moeite met veel mannen, en met mezelf als man.
Toen ik hierover begon na te denken zag ik mijn eigen man zijn met name als een
last voor vrouwen. Inmiddels ben ik in gaan zien dat veel dingen waar ik bij en
met mezelf last van heb te maken hebben met mijn man zijn. Mannenstrijd is dan
juist zo moeilijk omdat het om strijd van mannen tegen mannen gaat, ja zelfs
strijd van jezelf als man tegen jezelf als man. VerMAN jezelf, heb je daar geen
last van?
Ik wel, ik doe het maar al te vaak. Het moet wel heel slecht met me gaan voordat
ik niet aan mijn eigen verwachtingen voldoe. Terwijl ik het van anderen prima
kan hebben als ze dingen niet aan kunnen accepteer ik dat maar moeilijk van
mezelf. Bezig zijn met mannenstrijd confronteert me hiermee, dat is vaak
moeilijk maar altijd ook goed. Het is zo makkelijk te zien wat anderen verkeerd
doen of beter anders zouden kunnen doen, maar je eigen gedrag kritisch
beschouwen is moeilijk. Daarvoor is een goede spiegel nodig, een spiegel die
door welwillende mannen gevormd kan worden. Ik vind het fijn om met zoveel
mannen bewust bezig te zijn elkaar en onszelf kritisch te analyseren, en
tegelijkertijd uit te proberen hoe we anders kunnen zijn. Door kritisch naar
anderen te kijken wordt ik gedwongen ook zo naar mezelf te kijken. En dan kan ik
vaak wel denken al een heel eind op weg te zijn, maar elke keer wordt ook
duidelijk dat er nog een veel langere weg te gaan is. Elke keer slaan ook weer
de twijfels toe, twijfels over mijn net verworven maar blijkbaar heel breekbare
zekerheden. Hoe verhoudt ik mij tot vrouwen, tot mannen, tot mezelf? Waarom heb
ik zo'n last van datzelfde arbeidsethos waar ik me rationeel compleet tegen
afzet? Waarom is lekker thuis zitten niks doen ondergeschikt aan werk? Waarom is
tijd steken in mijn medemensen minder belangrijk als ik niet met ze werk? Het
spannende is natuurlijk dat de leegte van het profeministische man zijn ook
oneindig veel mogelijkheden met zich meebrengt. De hoop ooit zo vrij te zijn dat
ik zelf wel uitmaak hoe en wat ik ben. Uiteindelijk wil ik als mens door het
leven kunnen gaan, met alle mogelijkheden van vrouwelijkheid en mannelijkheid.
En ik wil met mensen kunnen streven naar een betere wereld in de toekomst en in
het hier en nu. Ik wil ook nu al kunnen genieten van de idealen voor de
toekomst. Aan later, na de revolutie of wanneer dan ook, heb ik nu niet veel. Ik
wil graag verbondenheid met mannen kunnen voelen in plaats van competitie. Ik
wil herkenning van mannen die met dezelfde vragen en onzekerheden moeten leven
als ik. Ik wil zelf completer zijn als mens om onze strijd en onze utopie ook
completer te maken.
Jan:
Compleet mens worden, dat is ook wat ik wil, liefst helemaal onafhankelijk van
welke socialisatie en sekse-specifieke verwachtingen dan ook. Gewoon het gedrag
willen vertonen wat ik prettig vind voor mezelf en voor anderen. Dus ook zwak
durven zijn en daar niet onzeker over hoeven te worden, of conflicten durven
aangaan op een opbouwende manier.
Ja, verbeter de wereld begin bij jezelf! Het persoonlijke is politiek! Dat is
iets wat mij ook erg aanspreekt. Als ik terugblik op mijn 'activisten' leventje
zijn dat ook dingen waar ik graag mee bezig ben. Mezelf en anderen aanzetten tot
veranderingen in het dagelijks leven. Niet die grote boze buitenwereld, maar ik
en jij. En dat confronteert veel meer met jezelf. Ik merk dat ik kan veranderen,
dus waarom anderen, de hele wereld, dan niet? Dat is een belangrijk deel van
mijn instelling. Al zou een portie vijanddenken mij misschien juist wel goed
doen. Jij schrijft dat kritiek leveren makkelijk is, maar het is iets wat ik
juist erg moeilijk vind. Ik vind het makkelijker om alles op mezelf te
betrekken. Dan hoef ik geen confrontatie aan te gaan, en blijf ik leuk en aardig
en de ander nooit fout. Ondertussen is dat geen prettige manier om met mezelf en
anderen om te gaan. Want wat ik doe is de kritiek wegstoppen, dat zou je ook
verMANnen kunnen noemen. Het moeilijkste vind ik het om kritiek te leveren op
mensen die dominant zijn, die zeker van henzelf lijken te zijn. En vaak blijken
dat mannen te zijn. Nu ik dit schrijf besef ik dat dit een vorm van kritiek
uiten is, wel een zeer abstracte vorm, over mannen in het algemeen, die moeten
veranderen, meer ruimte over moeten laten voor anderen, zich meer moeten
afvragen of hun verhalen en ideeën wel zo boeiend zijn voor anderen. Op deze
manier kritiek uiten lukt me dus wel. Maar op het persoonlijke vlak, direct de
confrontatie aangaan met dominante mensen en dan kunnen blijven staan met mijn
'softe' ideeën, dat zou ik willen leren. En waar zou dat beter kunnen dan in
een groep mannen die dat met elkaar wil aangaan?
Over werk heb ik ook nog wel iets leuks. Eigenlijk leef ik een best wel lekker
leven. Doe ik alleen de dingen die ik leuk en belangrijk vind, en daarnaast heb
ik nog best veel tijd voor persoonlijke contacten. Maar vandaag was ik op bezoek
bij een vriendin van me, en daar zakte ik helemaal in. Ze zei tegen me dat ik de
prikkels miste die ik thuis wel heb, prikkels van allerlei dingen die ik nog wil
doen, zoals dit schrijven. En ja, ze had gelijk. En ik me meteen bezwaard voelen
omdat het me niet lukt om gezellig te zijn. Maar zij vond het niet erg, kruip
dan maar liever in bed, zei ze ongeveer. Tja, weinig rust voor mezelf genomen
deze week. Niks doen lukt me nog steeds het beste in de trein of in bed.
Stilstaan bij jezelf, is toch zo belangrijk, en heerlijk als ik er weer eens
voor de zoveelste keer achter kom. Ik heb moeten leren om er ook echt van te
kunnen genieten. Vroeger dacht ik altijd dat ik lui was als ik de hele dag op de
bank lag te lezen, of uren in mijn dagboek aan het schrijven was. Een goede
vriendin van mij liet me zien dat je goed voor jezelf moet zorgen, ook al had ze
het daar zelf ook niet makkelijk mee. Voor jezelf zorgen, dat is heel breed. Van
de tijd nemen voor rust tot ruimte vragen voor je gevoelens en onzekerheden, tot
jezelf eens lekker verwennen met een lekkere zelfgebakken keek. En dat dan
opeten samen met een lief mens(m/v/o), een fijn muziekje en een zonnetje door
het raam, met de geuren van de keek nog door je hele kamer.
Jens:
Het leuke van het persoonlijke = politiek is meteen ook het moeilijke, want het
heeft met alles te maken. Inmiddels is mij niet meer duidelijk of mijn motivatie
voor mannenstrijd in eerste instantie persoonlijk of politiek is. Mijn politieke
motivatie is in elk geval ook een heel persoonlijke, van onvrede met van alles
en nog wat in de wereld. Is mijn persoonlijke motivatie dan ook een politieke?
Dat ik mannen over het algemeen maar lastig vind wordt vaak gezien als mijn
probleem, waar ik zelf maar mee om moet leren gaan. Daar zit volgens mij wel een
belangrijk punt, namelijk dat individuele problemen, die structureel voorkomen,
persoonlijk en niet politiek genoemd worden. Vrouwen die last hebben van grote
bekken of erger moeten daar zelf maar een oplossing voor vinden, dat is vaak de
tendens. Dit mechanisme is al vaak aan de kaak gesteld, en steeds meer mensen
zien tegenwoordig in dat er wel degelijk structurele problemen in man
vrouwverhoudingen zijn. Feminisme wordt gezien als een vrouwenzaak, seksisme als
iets van mannen tegen vrouwen. Afgezien van dat ik meen dat vrouwen ook
seksistisch zijn, wil ik me met name richten op de gevolgen van seksisme van
mannen tegen mannen. Seksisme is dat je onderscheid maakt naar sekse, dus is het
feit dat mannen anders met elkaar omgaan dan met vrouwen ook seksistisch naar
mannen. Ik wil graag ook met mannen zo om kunnen gaan als me met vrouwen goed
afgaat. Hier zit een dubbelheid, omdat ik vaak helemaal geen behoefte heb om
intiem met mannen om te gaan, omdat ik ze zoals ze zijn vaak ook niet zo leuk
vind als vrouwen. Maar ik zie af en toe iets van de kleine hartjes die mannen
hebben en herken daarin mezelf. De herkenning is heel belangrijk, als die er
eenmaal is. Daardoor voel ik me dan minder alleen, raar en afwijkend van
anderen. Herkenning kan onzekerheden wegnemen. En ik hoop dat minder onzekerheid
inderdaad zal leiden tot meer zekerheid over mezelf, en daardoor weer tot meer
rust en minder behoefte mijn zekerheid te vestigen door die voor mezelf en
anderen te bewijzen. Maar voor mij is gewoon ook heel belangrijk dat ik heel
idealistisch ben, kan dromen van een mooie wereld waarin geen onrecht en
iedereen gelukkig is. Daarom noem ik mij nu anarchist, daarom was ik punk en
kraker, daarom wil ik de rest van mijn leven ook bezig zijn met
wereldverbeterende activiteiten. En steeds weer merk ik dat mensen die idealen
in de weg staan. Nu zou ik natuurlijk over die mensen heen kunnen walsen om toch
mijn doel te bereiken, maar helaas: die mensen zijn nu net zo hard nodig voor de
invulling van mijn idealen. Bovendien ben ik zelf een van die mensen.
Ausradieren is dus geen oplossing, zoals al zo vaak gebleken. Ik heb het tot nu
toe over mensen, en dat zijn het ook. Maar vaak zijn die mensen mannen, vooral
als ze hun eigen idealen of strategieën kost wat kost willen doorzetten,
opleggen aan anderen. Of als ze gewoon met hun persoonlijke frust die idealen om
zeep helpen. Daarom is mannenstrijd voor mij ook belangrijk, omdat de
persoonlijke verhoudingen tussen mannen en vrouwen en tussen mannen onderling
verwezenlijking van onze gezamenlijke idealen in de weg staan. Om dat te
veranderen is persoonlijke en politieke verandering nodig: niet alleen moeten
mannen persoonlijk veranderen, ook de mannelijke invulling van politiek in het
algemeen en de onze in het bijzonder moet veranderen.
Jan:
Hoi lieve Jens, weer wat van mijn kant. Ik heb de afgelopen weken een deel van
mij uitgeleefd wat ik al heel lang niet meer zo uitgebreid heb gedaan. Een in
onze cultuur meestal bij mannen aangetroffen bezigheid: met computers prutsen.
Als een puberjochie die zijn brommer aan het opvoeren was. Daar kan ik me dan
toch helemaal in verliezen. Maar misschien dat ik me daardoor de laatste paar
dagen wat leeg voel. Alsof ik helemaal niet meer aan mezelf was toegekomen.
Zorgen voor mezelf, daar kan ik nog veel van leren.
Gisteren de eerste redactie vergadering van 'het Continuüm'* gehad. Leuk! En
toch voelde ik me klein en onzeker. Waarom? Omdat ik de jongste ben? Omdat ik
alles wat mijn gender betreft nog niet zo rond heb, nog flink in beweging ben?
Daar valt voor mij ook nog flink wat te leren, net als het leren om conflicten
aan te gaan. Ik kom die dingen regelmatig tegen en heb de knoop doorgehakt om er
eens wat mee te gaan doen. Ik heb nu dus een afspraak met het riagg binnenkort.
Mijn huisarts schreef op het verwijsbriefje dat ik moeite heb mezelf in het hier
en nu te handhaven. Poeh, dat klinkt! Maar het klopt wel als ik erover nadenk.
Weet je dat ik warme gevoelens voor de harde kern van onze mannengroep heb? Fijn
om een paar vrienden te hebben. Zeldzaam. Ik kan me maar één vriend herinneren
waar ik me ook zo vertrouwd bij voelde, naast een paar vrienden waar het ook
altijd leuk mee is, maar toch wat afstandelijk mannen contact: schaken,
computers en muziek zijn de onderwerpen, en jawel ook alle wereldproblemen komen
aan de orde, maar niet echt op persoonlijk vlak.
Als ik alles wat we tot nu toe geschreven hebben nalees klopt hoe ik mezelf
omschrijf niet helemaal, ik voel me dan toch weer vrouwelijker, al zit ik in een
mannengroep. Dat is soms best ingewikkeld.
Liefs, Jane.
Naschrift:
Deze briefwisseling is niet meer dan een gedachtewisseling, en meer hoefde het
van ons ook niet te zijn. We willen dat het onderwerp voor iedereen open staat,
en dus niet met een afgerond verhaal komen. Het zou te makkelijk én stereotiep
zijn om eventjes het probleem te lokaliseren, een doel te bepalen, strategie
uitstippelen, en tot actie over gaan. Feminisme, seksisme, vrouwen- en
mannenstrijd zijn ingewikkelde onderwerpen waar je mee bezig kunt en moet
blijven. Bewustwording is een belangrijk punt. We hopen daarvoor een aantal
ingangen gegeven te hebben. Maar veel is ook nog niet aan de orde gekomen. Zo is
daar het laatste punt dat Jan(e) aansnijdt: hoe mannelijk of vrouwelijk ben je
zelf eigenlijk? Het is ook wel vervelend om altijd vastgepind te worden op je
lichaam, terwijl je je in een hoop opzichten anders voelt dan anderen met een
piemeltje. Het zou dan ook goed zijn om ook te streven naar gemengde
activiteiten rond deze onderwerpen. Misschien een mooie uitdaging voor het
komend anarchistisch jaar?
* Het Continuüm is een 'krant voor wie
zich buiten de gender-tweedeling beweegt'. Over alles wat zich buiten de hokjes
man en vrouw kan bevinden. Postbus 18131, 1001 ZA Amsterdam.
KORT VERSLAGJE VAN HET DERDE
MANNENWEEKEND TE RHEDEN
Zoals het al haast patroon wordt liepen
we op een vrijdag namiddag, halverwege April, naar ons plekje van het komende
weekend. Aldaar werden we goed ontvangen. We hadden de beschikking tot een leeg
schoolgebouw waar alle noodzakelijke attributen voorhanden waren. En een erg
prettige omgeving; aan de ene zijde de Ijssel, aan de andere de heuvels van de
Veluwe.
Ik had, om mijzelf te ontlasten, me niet bezig gehouden met
voorbereidingen voor dit weekend. Het was achteraf erg prettig te merken dat ik
als deelnemer en niet zozeer als organisator aanwezig was.
Van te voren was al bekend dat de opkomst ditmaal, in tegenstelling tot de
andere weekeinden, klein zou zijn. De uitwerking die deze opkomst heeft gehad is
dat de groep, waarvan de meesten elkaar inmiddels goed kennen, snel to the point
kon komen.
Op vrijdag-avond tijdens de kennismaking (een 'hoe sta je ervoor' rondje)
bleek dat verschillende mannen het achterste van hun tong wilden laten zien. Dit
had volgens mij het effect dat iedereen zich snel op zijn gemak voelde.
Uiteraard werd het erg laat.
De volgende ochtend begon direct met
een discussie die tevens een brede politieke lading had. Namelijk het effect van
kleding/uiterlijk. Het gesprek leek te balanceren tussen aan de ene kant je
lekker voelen en jezelf mogen verzorgen en aan de andere kant het feit dat de
samenleving van iedereen kleding/uiterlijkheidsnormen "eist". Nog
buiten het feit dat veel kledingindustrie fout is, is het voor mij een
vaststaand gegeven dat ook het uiterlijk van mannen door de samenleving bepaald
wordt en invloed heeft op hun gedrag.
De ideale situatie zou natuurlijk zijn dat een ieder zich kan kleden zoals
hij/zij dat zou willen, los van allerlei maatschappelijk omstandigheden. Het
erkennen van het feit dat ook mannen moeten voldoen aan kleding/uiterlijkheids-normen
zou al een hele stap in de goede richting zijn. Want dan zouden mannen dus ook
de invloed van de samenleving op hun gedrag kunnen erkennen en vervolgens zouden
die mannen hun gedrag/functioneren kunnen analyseren en veranderen. Een
voorbeeld. Stoere kleding werkt niet alleen bij heftige acties, maar ook in de
trein heb je dan altijd ruimte genoeg om te zitten. Afijn, het was een hele
discussie waarvan ik helaas alleen mijn eigen standpunt achteraf nog helder kan
formuleren.
Na een wat passievere periode, kwam er
weer wat leven in de brouwerij. Tijdens een in scene gezette discussie bleek dat
de "grote bekkencultuur" ook binnen de mannen"strijd"groep
nadrukkelijk aanwezig was. De discussie speelde zich af tussen enkele personen
die schijnbaar het meest te vertellen hadden. Binnen die opzet bleek dat dus ook
mannen die hun eigen functioneren willen bekijken, niet zo gemakkelijk hun
dominante gedrag kunnen veranderen. Het gaat supersnel, binnen korte tijd zaten
de praters flink te debatteren en de wat minder alerte mannen moesten toekijken.
Erg leerzaam hiervan was het feit dat niet alleen de grote bekken op moeten
letten maar dat de stillere mannen ook eerder op hun strepen moeten gaan staan.
Die avond werd bijna volledig in beslag genomen door de discussie of het
prominent aanwezig zijn (en daarbij weinig oog hebben voor anderen) nu typisch
mannelijk is of dat het een karakter-eigenschap zou zijn. Mijn mening moge
duidelijk zijn "je wordt niet als man geboren maar als man gevormd".
(vrije vertaling van Simone de B.). Uiteindelijk werd het weer laat die avond.
De zondagochtend was heel bijzonder.
Het volgen van een dansworkshop op nuchtere maag was erg indrukwekkend. Onder
deskundige leiding werd van de deelnemers verwacht dat zij hun schroom zouden
kunnen overwinnen. Naarmate de workshop vorderde kwam iedereen wel in de
stemming. Volgens alle mannen voor herhaling vatbaar.
De middag werd besteed aan de evaluatie. Voor mij was het belangrijkste
aspect dat van kinderopvang tijdens het weekend. Het blijkt dat mannen zich niet
vanzelfsprekend willen ontfermen over kids. Hetgeen inhield dat de verzorger
niet echt aan het programma heeft kunnen deelnemen. Ook hierin denk ik dat
mannen erg egocentrisch zijn gericht want meedenken met de verzorger was er niet
of nauwelijks bij. Het pretenderen van kinderopvang is dus meer dan het alleen
aankondigen.
Het was een erg leuk/gezellig maar ook
leerzaam weekend. Oude patronen waar de groep juist aan wil werken blijken
subtiele valkuilen te zijn. Het ligt natuurlijk voor de hand om het bovenstaande
vergroot te projecteren op de buiten wereld.
Ron
EEN NIEUWE __-ROL, OF ...?
Met (o.a.) mannenstrijd en feminisme in
de richting gaan van een vrijere maatschappij. Dat is wat ik wil en waarom ik me
thuis voel bij het anarchisme.
Maar hoe zo'n maatschappij eruit ziet weet ik ook niet. En het lijkt me
ook niet wenselijk om een blauwdruk samen te stellen. Hooguit een richting. En
daar wil ik het even over hebben.
Welke richting willen we op met mannenstrijd? Er valt een heleboel te
verbeteren aan de rollen die we nu beleven. Loskomen van problematische en het
ontdekken van nieuwe rollen. En de vraag die daar al snel uit voortkomt is of we
wat van de stereotype vrouwenrol overnemen en of er nog wel iets positiefs van
de stereotype mannenrol overblijft. Het bleek tijdens het eerste mannenweekend
al flink moeilijk om een aantal positieve aspecten van manlijkheid op te noemen
zonder de nuance, "het ligt er aan hoe je er mee omgaat", erbij te
moeten halen. Wat ik me concreet afvraag is of we naar een nieuw manbeeld toe
moeten en tegelijk ook een nieuw vrouwbeeld, of dat we die twee aan elkaar
koppelen en naar een nieuw mensbeeld willen streven.
Is het überhaupt mogelijk om een mannenrol te creëren, zonder de
negatieve aspecten die het nu heeft en met een aantal nieuwe positieve aspecten,
zonder op te gaan in een nieuw mensbeeld? Is het kortom mogelijk om nog van
vrouwen en mannen te spreken in een vrije maatschappij? Kan een maatschappij
vrij zijn als er sprake is van duidelijke mannen- en vrouwenrollen? Van twee
verschillende socialisaties?
Het lijkt me van niet. Al kan ik
het natuurlijk ook niet zeker weten want ik heb de vrije samenleving nog niet
meegemaakt. Maar het lijkt me dat er al sprake is van onvrijheid als mannen en
vrouwen een andere socialisatie krijgen en dus een ander rolpatroon aannemen.
Wat ik dus wil is streven naar een gendervrije samenleving. Naar een
samenleving waarin geen mannen- en vrouwenrollen meer bestaan. Waar überhaupt
geen rollen meer bestaan, maar mensen. Grote, middelgrote en kleine mensen.
Dikke, dunne en sprieterige mensen. Muzikale, technische en relaxte mensen.
Mensen met lang, kort of geen haar. Gevoelige, extraverte en actieve mensen.
Mensen met grote, kleine of geen borsten. Mensen met een vagina, een penis, geen
van beide of juist allebei. Mensen die elkaar als mens beoordelen en niet als
man of vrouw of langharig werkschuw tuig.
NB: Het lijkt me een moeizame weg. En
ik zal het zeker niet meer meemaken dat de wereld verlost is van de dichotomie
man-vrouw. Ik denk dat het zelfs in de tijd die mij rest het niet zal lukken om
zelf helemaal verlost te raken van de obsessie om mensen in te delen in mannen
en vrouwen. Hooguit dat het me lukt om als een vanzelfsprekendheid meerdere
mogelijkheden te erkennen. Misschien dat het me lukt om mensen uiteindelijk meer
te beoordelen op hun gedrag dan op hun sekse.
Jane
THE POSTGENDER SOCIETY
Hoe ziet een gendervrije utopie eruit?
Dat is een vraag die Claus heeft beziggehouden en hij heeft er een paper voor
geschreven voor zijn studie. Een deel daarvan kun je hieronder lezen. In het
Engels, omdat we het vermoeden hebben dat geïnteresseerden deze taal wel
begrijpen.
In a
postgender society the central category of organization would no longer be
gender but individuality. The society should instead of gender hierarchy be
characterized by rather nonhierarchic structures that enable every human being
to realize puself (pu I will use from now on as a new ungendered word instead of
she and he, which are gendered). Cooperative structures instead of the concept
of hierarchy will be practised in economy, political life or elsewhere.
In this society there will be absolutely no association between biological and
social(psychological) aspects. When a human being will be born, pu will no
longer be structurally socialised, supported or forced, or however you
would like to call the process of engendering, to develop a gender identity. Pu´s
Parent(s) can be one , two three or more persons. They might or might not be pu´s
biological parents. Pu´s parent´s will raise pu towards the value of
individuality and the social responsibility towards others. pu will also hardly
be confronted with gender stereotypes in his environment or via the media. The
child will also hardly know people with gender identity as a central
aspect of their personality. Pu will be surrounded by liberated people that live
in different relationships with each other. some have a relationship on the
basis of platonic love with each other, some also add intensive lust to their
relationships. some have relationships mainly on the basis of lust. Actually in
Utopia they no longer use the word sex but lust. They can develop lustful
relations to other humans, to oneself, actually to anything they want, like also
to animals. Sex as a word they don't use any more because it was an expression
in times where people were just because of biological reasons divided into two
groups, called sexes. And a person was only allowed to have a lustful relation
to one of the group of the other sex. This narrow practice of lust is not
lived anymore. This is why they call it now lust and not sex, because sex is an
old narrow concept, when it is applied absolutely to all human beings. Some have
several partners at the same time. Some have one partner mainly, but others with
whom they have lust. Pu sees from early childhood on that pu is surrounded
from very different relationships. Pu learns that if people have intense
relationships with each other, they are all based on a from relationship to
relationship differing consens about the kind of the relationship. This
consensuses also change. There is just one thing the consensuses have in common:
people relate to each other only in ways all involved human beings in this
relation wish to. Pu very soon learns that you best can fulfil your own social
needs in having different relationships. Since most of the time you never share
all of your lifestyle with one person, you share it partly with different people.
Pu
learns about biological differences in school. But the teacher tells pu that
biological differences do not influence ones personality in a particular way.
Our body is considered as our medium through which we act, perform and express
our dynamic personality.
In his
lifetime Pu sometimes gets confronted with people, who call themselves women or
men. Some do it because of biological differences, but some also add to
this biological differences a certain group of attributes of their personalities
which they call male or female. This content of male and female might change
from person to person. However these human beings live somehow a life as we do
it in this world right now. This lifestyle is accepted without any problem in
Utopia, as any other life style that is freely chosen by human beings. So there
are no lifestyles that are structurally favoured through welfare systems, laws,
moral attitudes, or anything else.
All in
all Pu learns to socialize with other people on an egalitarian level, since
every human being has the same value. Pu furthermore also learns about the big
variety of human beings. Everyone has its own biography, which influenced the
way personalities developed.
And Pu finds it so weird that people in earlier times have organized their lives
so much around 'sex', 'gender' and 'sexual orientation'. Pu cannot understand
how the group with the vagina, was once less valued then the group with the
penises. Or that people with penises who loved other people who also had penises
were discriminated. Pu also knows about the problem from the implicit masculine
norm as general norm only from the history class.I would very much like to go on
in elaborating Utopia. But I stop at this point because I think I could give
some idea about the egalitarian diversity of humanity a future generation could
have. Therefor I will now rather propose some methods how we can come closer to
this utopia.
Claus Pirschner
SEKSISME DISCUSSIE
De tekst hieronder is bedoeld als
aanzet voor verdergaande gedachtewisseling over wat bekend staat als 'de
seksisme-discussie'. Wij betreuren het dat onderwerpen als omgangsvormen en
seksisme nog steeds niet de constructieve - opbouwende - aandacht krijgen die
volgens ons hoogst noodzakelijk is. De discussie van de laatste maanden, in en
over Ravage, laat weer eens zien hoe in onze kringen vaak met het
persoonlijke=politiek wordt omgegaan. Niet dus, eigenlijk. We zijn begonnen met
een gedachtewisseling per email, en hebben die vrijwel integraal laten staan.
Eenduidige conclusies komen er niet uit naar voren, maar wel veel onderwerpen
waar op voortgebouwd zou kunnen (moeten) worden. Veel losse eindjes dus.
Seksisme gaat tenslotte over veel verschillende en overlappende dingen, die
allemaal apart en tezamen aandacht verdienen. Hopelijk lukt het tijdens en na de
Pinksterlanddagen op een opbouwende manier verder te gaan met elkaar en de
onderlinge (menings-) verschillen.
Jens:
De discussie in Ravage gaat helemaal niet over seksisme maar over seksueel
geweld, een uitwas van de structurele misstanden die eigenlijk aan de kaak
gesteld moeten worden. Doordat het nu alleen maar gaat over het stuk van Bob
Black worden weer eens een heleboel dingen op een hoop gegooid die allemaal
betere aandacht verdienen. De discussie is meteen weer heel erg gepolariseerd,
wij tegen zij, waardoor vrijwel niemand het meer heeft over het eigenlijke
probleem: de dominantie van grote bekken, onpersoonlijke omgangsvormen en de
algemene vraag 'waar zijn we nu eigenlijk mee bezig?' of 'wat willen we nu
eigenlijk?'. Natuurlijk is er kritiek op feminisme te leveren, maar door dat
voorop te stellen wordt het kind met het badwater weggegooid. Nu kan niemand er
meer iets over zeggen zonder meteen bij het ene of het andere kamp ingedeeld te
worden. Bovendien wordt het onvermogen van de beweging om op een leuke manier
met seksualiteit om te gaan behoorlijk bevestigd. Dat mannen potentiële
verkrachters zijn weten we nu wel, ben ik het ook mee eens, maar de uitdaging
zou moeten zijn om op een verantwoordelijke manier met dat risico om te gaan. En
hoe zit dat met vrouwen? Vrouwen beleven seksualiteit toch ook als iets
prettigs, niet alleen als iets bedreigends. Het lijkt er nu maar weer op dat
seksualiteit gelijk wordt gesteld met seksisme. Dat is niet alleen onjuist maar
ook heel jammer.
Judith:
Ook in je begin van deze discussie gooi je verschillende dingen door elkaar.
Kritiek op feminisme en beleving van seksualiteit zijn twee verschillende
dingen. Ook is er verschil tussen verkrachting en de lol van seks. Dus om te
beginnen zou ik het liefste onze discussie voeren over losse thema's, anders
blijft het te abstract, met uiteindelijk geen resultaat. Ook is er verschil
tussen feminisme en anti-seksisme. Ook mij valt het op dat de discussie na het
themanummer van ravage zich focust op seksueel geweld. Dat is het meest
zichtbare vorm van seksisme, met rampzalige gevolgen voor vrouwen. De meeste
discussies over seksisme in de sien gaan echter over seksueel geweld, ik vraag
me nu af waarom eigenlijk? Is dat omdat seksueel geweld rampzalige gevolgen
heeft voor vrouwen? Of omdat het voor de anderen in de directe omgeving (dus
behalve slachtoffer en dader) lekker veilig is, de discussie over seksueel
geweld is over het algemeen niet confronterend voor de eigen persoon voor de
anderen. Of is het gewoon een tactiek om over seksueel geweld te praten omdat
dat zoveel reactie oproept dat de rest niet meer aan bod komt en dus een
non-isue is?
Jens:
Het is ook zo moeilijk de dingen goed uit elkaar te houden, met name als je de
discussie in Ravage als uitgangspunt neemt. Losse thema's zouden kunnen zijn: de
plaats van feminisme in onze (totaal?)strijd - ideologisch gezien dus;
omgangsvormen binnen de beweging en daaraan gekoppeld de vraag wat nu eigenlijk
prioriteit heeft: het doel of de middelen; seksisme als maatschappelijk
verschijnsel bij zowel mannen als vrouwen (een mooi begrip vind ik
'medeplichtigheid' aan dominante mannelijkheden/vrouwelijkheden, maar misschien
op deze manier wat te abstract); verschillen tussen mannen, vrouwen en andere
indelingscategorieën; seksueel geweld (vrouwen en mannen als slachtoffers,
bijna altijd mannen als dader - hoewel hoe zit het met mannen die tegen hun zin
seks hebben, die zijn er ook maar zien zich niet als slachtoffer - komt dan ook
geen geweld aan te pas) en natuurlijk seksualiteit als iets leuks hoewel -
gezien het voorgaande - onvermijdelijk ook problematisch. Waar zullen we
beginnen?
Wat mij betreft is het belangrijk om
het te hebben over dagelijks seksisme als iets waar vrouwen en mannen last van
hebben. Ik vind het vervelend om me gedwongen te voelen anders met mannen dan
met vrouwen om te gaan. En toch doe ik dat, het is zelfs erg moeilijk om het
niet te doen. Ik weet nu eenmaal niet beter, zelfs als ik met mannen ben die
anders dan anders met elkaar om willen gaan is het moeilijk omdat we dat nooit
geleerd hebben. Ik ben dus wel seksistisch want ik ga anders om met mannen dan
met vrouwen. Daarbij kan je zeggen dat ik mannen bevoordeel omdat ik met mannen
makkelijker actie zal voeren of (luidruchtige want gepassioneerde) gesprekken in
de kroeg. Maar ik vind zelf dat ik vrouwen bevoordeel omdat ik aan die contacten
meer waarde hecht, er meer uithaal en er dus ook meer in stop. Kortom, voor mij
zijn persoonlijke - diepgaande - contacten belangrijker dan zakelijke en
oppervlakkige contacten. Zo is het ook met politiek activisme; ik vind het wel
heel belangrijk mijn idealen te verwezenlijken maar focus dat tegenwoordig
steeds meer in het hier en nu: prettig samenleven met de mensen in mijn
omgeving. In de seksisme-discussie is het voor mij dus van belang het te hebben
over het stellen van prioriteiten. Als er iets moet gebeuren is het belangrijk
hoe dat gebeurt, anders liever niet. Dus dan maar geen demo, kraak of ontruiming
als de mensen die eraan meedoen niet allemaal op hun gemak zijn. Een grote
misvatting is dat feminisme zoiets is als oorlog tussen de seksen. Oorlog is
iets tussen mannen, waarvan behalve mannen ook vrouwen last hebben. Mannen die
zich met feminisme bezig houden worden vaak gezien als een verlengstuk van hun
feministische vriendinnen. Daarmee wordt het idee versterkt en herbevestigt dat
mannen zelf niets te winnen zouden hebben bij betere verhoudingen tussen mannen
en vrouwen en tussen mannen onderling. Wat dat betreft zou het wel heel
interessant zijn een vergelijkbaar onderzoek als dat van jou te houden onder
mannen. Want ook mannen haken af uit onvrede met de grotebekkenkultuur en
machismo. Voor mannen is het dilemma vaak inhaken of afhaken. Als je er geen zin
in hebt om mee te doen kan je het alleen nog maar laten afweten. Als je er
tegenin gaat ben je net zo als zij. Je terugtrekken in een veiliger omgeving is
er vaak niet bij, behalve dan in zo'n heerlijke hetero-relatie. Heterorelaties
zie ik trouwens als behoorlijk problematisch in deze hele discussie, omdat al
die mannen die samen de grotebekkenkultuur hoog houden in hun priverelatie het
gevoel krijgen dat zij wel okee zijn maar andere mannen niet. En de meeste
vrouwen die zich storen aan de omgangsvormen houden zo wel die mannen de hand
boven het hoofd. Hier zie ik dan wat ik medeplichtigheid zou willen noemen.
Judith:
OK! terug naar de discussie. Seksisme in de dagelijkse omgangsvormen tussen
vrouwen en mannen, en vooral medeplichtigheid aan seksisme: over de vrouwen die
volgens jou in privé-relaties die mannen de hand boven het hoofd houden. Als
eerste zijn er grote verschillen tussen vrouwen onderling, wat de ene vrouw
seksistisch vindt, hoeft voor een andere vrouw helemaal niet zo te zijn.
Bovendien is een privé-relatie anders dan omgangsvormen in een groep. Wie
gedraagt zich dan niet anders, in een relatie is het veel makkelijker om je
kwetsbaar op te stellen en je partner wel in vertrouwen te nemen. Of te wel, wat
ik eigenlijk probeer op te schrijven is dat mannen zich in privé-relaties
misschien wel anders gedragen, waardoor je het 'openbare' gedrag van mannen, hun
partners niet aan kan schrijven. Ook als ik naar mezelf kijk, ik heb wel een
relatie met mijn vriend, en we doen veel dingen samen, maar hij is wel
verantwoordelijk voor zijn eigen leven en ik voor het mijne!! Eerder ligt de
verantwoordelijkheid van seksistisch gedrag bij de mensen die het in hun bijzijn
laten gebeuren zonder daar iets aan te doen. Maar ook dat vind ik, zeker voor
vrouwen een moeilijk punt. Je krijgt namelijk nogal vaak seksistisch gedrag over
je heen en je moet er maar altijd zin in hebben om daar tegen in te gaan. Nu ik
dit opschrijf, denk ik natuurlijk hard verder. Volgens mij heeft het niet veel
zin meer om over de oorzaken van seksisme te praten en over wie er
verantwoordelijk is. Als er maar lang genoeg doorgepraat wordt, is iedereen wel
ergens slachtoffer van en gebeurt er niets. Bovendien hoe meer issues van
discussie, hoe meer mensen het niet met elkaar eens zijn. Misschien beter een
discussie over hoe op seksistisch gedrag te reageren en hoe het in de toekomst
te voorkomen?
Jens:
Goed plan. Daar hebben we het met de mannen ook al vaker over gehad, en het
dilemma dat zich dan voordoet is het volgende: op het moment dat je in een groep
bent waar een of meerdere mannen de boventoon voeren en je voelt je daar niet
goed bij, kan je twee dingen doen: ertegenin gaan op dezelfde manier, anders
luisteren ze sowieso niet. Dan moet je dus een grote bek opzetten om je
boodschap dat je het anders wilt over te brengen; dit werkt vaak averechts en
leidt alleen maar tot meer geschreeuw. De andere mogelijkheid is jezelf
terugtrekken, je mond houden en het er eventueel later met anderen over hebben
maar dan is het kwaad al geschied. Na een aantal keer heb je hier helemaal geen
zin meer in en laat je het dus helemaal afweten. De keuze waar ik me vaak voor
gesteld gezien heb was dus: inhaken of afhaken. na lang ingehaakt te hebben ben
ik uiteindelijk afgehaakt. Nu probeer ik weer langzaam in te haken maar zie
mezelf met hetzelfde dilemma geconfronteerd. Met het verschil dat ik me nu
bewust ben van mijn rol, van wanneer en waarom en hoe ik een grote bek opzet, en
tegen wie. Een concreet voorbeeld uit de Molli, mijn kraak-stam-huiskamerkafee,
is de ondersteuning van het barpersoneel. De afspraak is dat barmensen bij
problemen of conflicten op hun avond het laatste woord hebben, onder andere
omdat zij uiteindelijk verantwoordelijk zijn. Ook is afgesproken dat de
aanwezige klanten, voor zover ze tot de vaste kring behoren, het barmens
ondersteunen in zijn haar beslissing. Helaas gaat het hier maar al te vaak mis;
door de jaren heen zijn veel mensen - relatief meer vrouwen maar zeker ook een
boel mannen - afgehaakt omdat ze zich niet gesteund en dus niet veilig voelden.
In zo'n collectief gebeuren is het belangrijk op zo'n manier zorg voor elkaar te
dragen dat iedereen zich wel veilig voelt. En daarmee - met dat beladen woord
'zorg' - kom ik op het punt waar voor mij veel om draait: dat mensen rekening
houden met elkaar, uitgaan van verschillen en zoeken naar verbondenheid. Dat
vereist, zoals ik volgens mij hierboven ook al ergens schreef, dat de hele
manier van doelen en strategie, de hele werkwijze, zal moeten veranderen. En hoe
doe je dat? Ik heb gemerkt dat het belangrijk is bij mezelf te beginnen, maar
daarmee alleen kom ik er ook niet. En de beweging heeft natuurlijk zeker meer
nodig dan persoonlijke groei en ontwikkeling. Er moet steeds weer een
wisselwerking zijn tussen het persoonlijke en het politieke. Voor mij is er ook
zowel een politieke als een persoonlijke motivatie om hier mee bezig te zijn. Ik
zie dat het streven naar mijn ideale wereld geen zin heeft als persoonlijke
aspecten daar niet in meegenomen worden. En in mijn persoonlijke leven zie ik
dat er structurele dingen zijn die veel met sekse te maken hebben, met hoe
mannen met mannen, vrouwen met vrouwen en vrouwen en mannen met elkaar omgaan.
Veel persoonlijke problemen, ook in relaties, hebben te maken met seksisme. Hoe
dat te voorkomen of daarmee om te gaan? Heb je een voorstel?
Judith:
JA!
Ten minste, ik heb een idee over een voorstel. En bovendien herken ik je
ervaring. Ook ik voel me soms voor een gedwongen keuze tussen een grote bek en
afhaken geplaatst. Inmiddels kies ik maar voor afhaken, omdat een grote bek,
zelfs van vrouwen, je niet geloofwaardiger maakt in je kritiek op de grote
bekken en bovendien alleen maar meer mensen zich opgelaten voelen. Maar ik haak
niet zomaar af, je kan er later op terugkomen als de "gemoederen"
bedaard zijn. En daarbij denk ik dat de volgende punten spelen: Een probleem bij
het aankaarten van de grote bek, is wat ik denk ten minste, dat veel personen
zich individueel aangevallen voelen wat meestal niet leidt tot
aanspreekbaarheid: eerder worden mensen verbaal nog agressiever! Dus daarom denk
ik dat het beter is om het zo te brengen dat mensen niet persoonlijk aangevallen
worden (ook al zal het terecht zijn - een soort van het doel eigent de middelen
redenatie), bijvoorbeeld om in het algemeen te praten en de kritiek op jezelf te
betrekken, door te zeggen dat jij je niet op je gemak voelt als zus en zo (in
dit geval kan het handig zijn, dat als je weet dan anderen er ook zo over
denken, je dit van te voren doorspreekt en je bijval krijgt. En als mensen het
in het algemeen praten niet oppikken - geef dan een voorbeeld uit een andere
groep, en zeg dat jij (of iemand anders als je namens die persoon spreekt) zich
ook zo voelt. Dat is ook een manier om er op terug te komen, dat je praat namens
iemand die er niet is, omdat het niet-zijn op zich al duidelijk is en je het
niet op je persoon hoeft te betrekken. Maar dit idee is dus een luchtbel, ik heb
het niet helemaal in de praktijk uit geprobeerd. Wel heb ik regelmatig
discussies gevoerd namens een vrouw die uitgekotst is, met de mannen die haar
uit hebben gekotst. Het voordeel was toen, dat die mannen ook konden zeggen wat
ze wilden omdat ik mijzelf niet aangevallen voelde, en haar standpunt uit kon
leggen. Een andere luchtbel is dat ik zit te denken om basisdemocratie op
allerlei plaatsen opnieuw ter discussie te stellen, zodat dan onderling gepraat
kan worden over discussievormen, manieren van besluitvorming en eventuele
sancties als gebeurt als mensen zich niet aan de afspraak houden. Waardoor ik
denk dat je een niveau boven de grote bekken gaat zitten en je dat hele
onderwerp omzeilt - er is ervaring in sommige basisgroepen tegen militarisme en
kernenergie, dat in de groep praten over besluitvorming, discussievormen etc.
mensen bewust maakt van wat er in de groep speelt, mensen elkaar beter kennen,
dus minder schreeuwen en meer rekening met elkaar houden en zich bloot durven te
geven. Dus dat waren twee voorstellen.
Jens:
Terzijde even over de Pinksterlanddagen: heb je daar al ideeën over? Ik dacht
gisteren aan de mogelijkheid om een paar vrouwen en mannen van tevoren te vragen
haar/hun kritiek op de eigen sekse op een rijtje te zetten. Niet om het
voornamelijk over wederzijdse kritiek te hebben, maar om een soort 'common
ground' te creëren waarop we voort kunnen bouwen. Ik heb al vaker gemerkt dat
ik het makkelijker vind om te verwijzen naar kritiek van vrouwen onderling dan
met kritiek te komen als van mezelf. Het is maar een idee.....
Judith:
Op de een of andere manier heb ik toch moeite met beginnen te praten over de
fouten die vrouwen maken, als seksisme het onderwerp is. Dat maakt vrouwen
alleen maar kwetsbaar en tast de onderlinge solidariteit aan - er is al veel
rivaliteit tussen vrouwen. Bovendien is, zeker ten aanzien van vrouwen, beginnen
met kritiek, nogal negatief en afkrakend als begin van een nieuw initiatief (en
een traditioneel mannelijke vorm, ten minste in de beweging!!). Aan de andere
kant, denk ik dat het creëren van een common ground wel interessant is. Maar
misschien beter op een andere basis, en bovendien niet liever wij-tegen-zij.
Maar common ground, kan bijvoorbeeld ook op basis van afkeer tegen de grote
bekken cultuur, met veel aandacht voor de vorm van de discussie. Boekhandel Rosa
vroeg of ik het leuk vond om een boekpresentatie in Groningen te houden, ja dus.
Maar ik vond het een breed onderwerp, dus vroeg ik of ze specifiekere wensen
hadden, en vertelde dat ik op zie tegen een wel-nietes discussie, die helaas te
vaak ontstaat. Vervolgens kwam een man met het punt dat hij de grote
bekkencultuur en de sfeer van bewijzen een interessant punt vond, waar hijzelf
in ieder geval veel van baalde. En dat is een common ground die mij meer
aanspreekt. Misschien is het een idee om een aantal thema's te nemen, zoals de
grote bekkencultuur, besluitvorming, lust en verliefdheid. Om daar vervolgens in
kleinere groepen over te discussiëren, waarbij minstens een iemand per groepje
zich voorbereid heeft en in staat is om de discussie vorm te waarborgen. (Dus
meerdere bijeenkomsten op verschillende tijdstippen??) Heb je trouwens mijn boek
al gelezen? Ik kreeg de vraag of ik het soms voor mannen had geschreven. Ik denk
dat daar veel basis is voor common ground. Ten minste, te merken aan een man die
ik goed ken, die geen grote bek heeft en gigantisch onder de voet gelopen wordt,
en bijna letterlijk kapot gaat aan de beweging. groetjes Judith
Jens:
Jeetje wat een hoop om op te reageren. Om bij je boek te beginnen, dat heb ik
inderdaad net gedaan (eraan beginnen) en volgens mij is dat voor ons ook goed
wat betreft common ground. Deze week hoop ik het tussen de bedrijven door uit te
lezen maar ik ben al halverwege. En er komen een boel dingen in naar voren die
zeker van belang zijn in de seksisme-discussie of waar het gaat over
grote-bekkenkultuur of mannen(mannelijkheids?) dominantie. Ik kan me dan ook
goed in je voorstellen vinden, zeker het laatste over de gezamenlijke afkeer van
gb-kultuur. Het eerste voorstel, om dingen niet direct te benoemen maar a.d.
hand van voorbeelden, vind ik idealiter heel goed maar ik heb vraagtekens bij
hoe het werkt. Degenen voor wie het bedoeld is pikken het niet op en de nog net
aanwezige softies (excusez le mot) worden er nog softer van. Het is ook niet
mijn bedoeling om te beginnen met kritiek op vrouwen, absoluut niet; daarvan zeg
ik eigenlijk altijd dat vrouwen dat onderling maar uit moeten zoeken - nu is het
een keer tijd voor mannen om te veranderen! Maar in allerlei
gesprekken/discussies gaat het vaak over 'het' feminisme alsof iedereen weet wat
dat is en waarvan in elk geval duidelijk lijkt dat het tegen mannen is. Het
lijkt me goed verschillen tussen mensen als uitgangspunt te nemen, en/maar weet
zelf hoe gevoelig dat juist ligt bij de seksisme-discussie, m.n. bij mannen
natuurlijk. Maar genoeg daarover, ik denk dat we voor de PL wel uitkomen op een
manier om hier iets constructiefs mee te doen. Daarover heb ik het vandaag ook
even met KA(rin) uit Den Haag gehad, zij was ook bij het VPRO-debat en wil graag
meedoen met zo'n aanzet voor gemengde discussie. Nu nog meer mannen vinden....
Ja daar ben ik weer. Dit wordt de
laatste keer voordat we elkaar vrijdag zien; ik heb het veeeeel te druk deze
week - stress van papers enzo. Maar ik denk dat we al heel wat hebben inmiddels.
Daar kunnen we best een goed verhaal uit destilleren. Bij het lezen in je boek
valt me steeds op dat mannen een eenduidige categorie lijken te zijn. Daar ben
ik het pertinent mee oneens, al snap ik wel dat dit soort dingen generaliserend
gezegd moeten worden om überhaupt gehoord te worden. Maar zo nodig je mannen
niet echt uit met zichzelf aan de slag te gaan. Ik denk daarom dat afkeer van de
grotebekkenkultuur inderdaad een goede ingang is om het over seksisme en
omgangsvormen te hebben. Verdeel en heers kan een goed motto zijn om
mannendominantie te lijf te gaan. Maar dan gaat het dus ook over doelen en
middelen, over 'the medium is the message' en over 'verbeter de wereld begin bij
jezelf'. Worden we immediatisten? Ik ben het al hoor, als geuzennaam tegen
starheid en dogmatisme. Ik wil me liever bezig houden met opbouwende
activiteiten dan met het overtuigen van hardhorenden. Laten we de grote bekken
buitenspel zetten, door zelf dingen op te zetten en te organiseren en niet op
hun dingen te wachten of eraan mee te doen. Wij hippies of softies (geuzenamen)
zijn toch in de meerderheid. They've
got the guns but we've got the numbers. Tja Judith,
ik kom nu niet veel verder meer. We hebben ook al zoveel, laten we het voorlopig
daarmee doen. Ik moet zo weer aan mijn papers - eerst nog even snel een briefje
naar de Ravage. Vrijdag gaan we verder en dan maken we een leuk stuk voor de
PL-reader. Tot slot moet ik nog even dit kwijt: je noemt lust en verliefdheid
als belangrijk thema; daar ben ik het helemaal mee eens al was het maar omdat ik
het daar zelf nogal moeilijk mee heb. Het zou me goed doen om daar een positieve
en constructieve aanzet voor te krijgen. Juist op dit punt lopen verhoudingen
tussen mannen en vrouwen ook vaak spaak, voor mij reden om er heel erg bewust
mee om te gaan met als gevolg dat ik in plaats van mijn gevoelens de vrije loop
te laten juist heel erg rationeel ermee omga. De paradox voor feministische
mannen: heel bewust bezig zijn met je gevoelens. Verantwoordelijkheid is een
mooi ding, en belangrijk, maar staat spontaniteit in de weg. Heb je een idee hoe
lust en verliefdheid als onderwerp bespreekbaar gemaakt zouden kunnen worden?
Naschrift van Judith:
Ik zal nu niet meer op de laatste bijdrage van Jens reageren, dan lukt het niet
meer om deze discussie als bijdrage aan de PL-reader in te leveren. Er is echter
een punt dat ik wil benadrukken, en dat geldt voor mij zowel voor deze
discussie, als voor het onderzoek wat ik gedaan heb naar het seksisme in 'de
beweging' en voor het boek 'Het gekraakte ideaal'. Ik ben er niet op uit om het
gedrag van mannen te verbeteren, om mannen 'te verleiden' om zich anders te
gedragen of om mannen zwart te maken. Het enige waar ik in geïnteresseerd ben
is het creëren van een beweging, van een ruimte die leefbaar is, voor mij, voor
vrouwen en ook voor mannen. Iedereen die daaraan mee wil doen is van harte
welkom. Ik heb niet het idee dat ik mensen kan veranderen. Ik denk wel dat
verandering van menselijk gedrag in veel situaties wenselijk is, maar dat is aan
de personen zelf omdat te wensen en mee bezig te gaan. In plaats van verder te
discussiëren over allerlei aspecten van seksisme, zoals de 'grotebekkencultuur',
ben ik veel meer geneigd om te praten over het vormgeven van 'de beweging', om
het heft in eigen hand te nemen en zelf ons eigen leven te leven. Dus met elkaar
te praten en te discussiëren over wat ons ideaal is, en daar samen vormen voor
bedenken. Het is aan personen zelf om daaraan mee te doen of niet. Alleen
betekent niet, ook echt niet, helemaal niks, zeker als iemand geen ruimte voor
anderen over laat ...
HET GEKRAAKTE IDEAAL
Begin dit jaar is 'Het gekraakte
ideaal' uitgekomen. Een boek dat aan de hand van geïnterviewde vrouwen seksisme
binnen de links radicale beweging laat zien. De schrijfster/interviewster Judith
Metz geeft aan de hand van die interviews ook aan analyse van dat seksisme en de
structuren in de links radicale beweging die het seksisme mogelijk maken en
instant houden. Van drie verschillende bladen is aan drie verschillende leden
van de mannengroep gevraagd een reactie te schrijven op 'Het gekraakte ideaal'.
Deze drie stukken staan hieronder. Alle drie omdat ze alle drie een geheel
andere invalshoek hebben.
DO IT
YOURSELF SEKSISME.
Door: Jan den Besten
Een tijd geleden was ik voor het eerst
in een van Nederlands bekendste kraakpanden Vrankrijk. Daar herkende ik de
ambivalente aantrekking die dat soort panden vaak op mij hebben. Een metafoor
voor het dubbelslachtige gevoel dat mij bind en tegelijkertijd afstoot van 'de
scene'. De donkere hoeken waarin je je lekker kunt verschuilen, het heerlijke
D.I.Y. karakter, het anders willen doen, maar ook de nonchalante, koele en zelfs
harde sfeer die dat soms met zich mee lijkt te brengen.
Die bewuste avond was de boekpresentatie van 'Het gekraakte ideaal' van
Judith Metz dat ik voor het geld en het mooie uiterlijk niet kon laten liggen.
Natuurlijk, ik was ook erg geïnteresseerd in de inhoud.
Judith laat aan de hand van een aantal interviews met vrouwen zien wat er
aan sekse-ongelijkheid in de scene bestaat. En dat is een heleboel. Het uit zich
in het minder waarderen van vrouwelijk geachte klussen (wie zorgt er meestal
voor de koffie en thee tijdens de vergaderingen? En wie organiseert de demo bij
de politie als er mensen zijn opgepakt?), het minder waarderen of zelfs helemaal
niet luisteren naar inbreng van vrouwen in discussies (o.a. het bekende fenomeen
dat als een man hetzelfde inbrengt als een vrouw, waarnaar in eerste instantie
niet wordt geluisterd, zijn inbreng wel serieus wordt genomen), de ongelijke
verdeling van mannen en vrouwen in veel groepen tot ongewenst seksueel contact.
De hetero-norm is in de scene alom aanwezig. De verschillende waarderingen van
'vreemdgaan' ook. De autonome beweging lijkt welhaast een afspiegeling van de
burgerlijke maatschappij op dat vlak. In die zin is de autonome beweging dan ook
verre van autonoom.
Volgens Judith is de organisatie van groepen vaak zo 'geregeld', dat er
een (ongeschreven) structuur van sekse ongelijkheid bestaat en blijft bestaan.
Doordat de sfeer vaak vrouwonvriendelijk is, blijven vrouwen weg of stappen er
eerder uit, waardoor de sfeer niet noemenswaardig veranderd. En niemand die zich
afvraagt waarom er zo weinig vrouwen actief zijn... het blijft steeds een
zogenaamd individueel probleem van elke vrouw afzonderlijk. En elke individuele
man past nou eenmaal beter bij de werksfeer...
Judith maakt in het boek een scheiding tussen harde en softe delen van de
scene. Seksisme komt dan vooral voor in de hardere delen van de scene, vooral in
groepen die zich kenmerken door gebruik van geweld (waar meestal niet over
gepraat kan worden), illegaliteit van acties (het is dan maar het beste om
niemand goed te kennen wat natuurlijk erg bevorderlijk is voor de sfeer en het
wederzijdse vertrouwen...) en het ad hoc karakter van bepaalde actiegroepen
(waardoor de meest 'ervaren' en/of dominante figuren de dienst uitmaken). De
softere delen van de scene bestaan uit groepen mensen die elkaar langer en beter
kennen, waar de vrouw/man verdeling beter is en waar een belangrijk kenmerk is
dat het groepsproces minstens zo belangrijk wordt gevonden dan een eventueel
doel.
Het is natuurlijk niet zo dat er een duidelijke tweedeling in de links
radicale wereld bestaat zoals je na het lezen van 'Het gekraakte ideaal' zou
kunnen denken, maar verhelderend is die indeling wel. Net als de indeling
man-vrouw en het bijbehorende idee dat seksisme vrouwen benadeeld. Verhelderend
aan de ene kant, maar tegelijk ook weer voorbijgaand aan het feit dat het niet
zo simpel te verdelen valt, dat mannen ook nadeel ondervinden van seksisme. Als
man wordt je niet als volwaardig gezien als je je onzekerheid laat zien of wilt
leren huilen, je moet dubbel zo hard je best doen om je als softie gewaardeerd
te weten en te voelen. Verder bestaan er net zo goed dominante vrouwen als softe
en haast onzichtbare mannen.
Zoals in het boek naar voren komt kun je bijna alleen overeind blijven in
(delen van) de scene als je zelf ook hard wordt, zelf ook om aandacht schreeuwt
tijdens vergaderingen, jezelf vermant als
het ware. Maar of dat nou leuk
is? Het gaat in de 'scene' uiteindelijk toch om het streven naar een leukere
wereld? Wil de scene een echt alternatief zijn voor de mainstream maatschappij
dan zal er intern hard gewerkt moeten worden aan o.a. de sekse-ongelijkheid.
Jammer, maar helaas, is een boek als 'Het gekraakte ideaal' nodig. Jammer
ook dat zo'n belangrijk boek als dit niet prettig leest, bijna saai, en dat niet
alle zinnen zo eenduidig te lezen zijn. Maar laat je er niet door weerhouden om
je eigen en andermens seksisme aan te pakken!
DE ANARCHISTISCHE BEWEGING EN HET
PATRIARCHAAT
Door: Ron Buijs
Op pijnlijke wijze ervaren we keer op
keer hoe weinig onze eigen `alternatieve` leefgemeenschap eigenlijk verschilt
van de reguliere maatschappij. Op tal van omgangsvormen schieten we te kort en,
hetgeen nog erger is, het wordt zelden door ons waargenomen. Laat staan dat de
problemen erkend zullen worden. Omdat we ze niet (willen) zien misschien?"
(NN 61)
Het boek van Judith Metz, Het gekraakte
ideaal (seksisme en omgangsvormen binnen radicaal links) laat via ondermeer
interviews met vrouwen uit de sien, op onmiskenbare wijze zien hoe de
sekse-verhoudingen zijn binnen de links radicale beweging. Die verhouding is erg
belabberd en werkt destructief.
Tijdens het lezen van Judith haar boek schoten telkens de
mannenstrijd-interviews uit De Gebladerte-reeks (nr 6) door mijn hoofd. Binnen
die ook openhartige interviews blijkt dat de linkse mannen minder op de hoogte
zijn van de problemen rond sekse-verhoudingen dan men zou mogen verwachten.
Juist binnen de links radicale beweging waar men pretendeert anti-seksistisch te
zijn, zou je verwachten dat de geïnterviewde mannen wel enige affiniteit zouden
hebben met begrippen als socialisatie, conditionering en het patriarchaat.
Helaas was dat niet altijd het geval.
Patriarchaat
Met het bovenstaande wil ik tevens mijn kritiek op het boek van Judith
benadrukken. Ik vind het namelijk jammer dat het begrip patriarchaat niet
voldoende aan bod komt. Ik ga er vanuit dat de huidige maatschappij naast een
kapitalistische ook een patriarchale samenleving is. De ene helft van de
bevolking (de vrouwen) wordt nog steeds beheerst door de andere helft van de
bevolking (de mannen). Binnen de patriarchale samenleving worden mensen
opgevoed, gesocialiseerd, nemen de waarden en normen, vaardigheden en
gedragskenmerken over die noodzakelijk geacht worden om te kunnen functioneren
binnen die samenleving.
"Men wordt niet als man of vrouw geboren, men wordt tot man of vrouw
gemaakt" (vrije vertaling van een spreuk van S. de Beauvoir).
Het boek van Judith gaat over de bestaande machtsverhoudingen binnen de sien, er
staan persoonlijke verhalen van vrouwen in, het beschrijft het feit dat veel
vrouwen zich niet prettig voelen in de sien en zij geeft mogelijke suggesties
ter verbetering van die positie.
Waar het niet over gaat is dat seksisme en omgangsvormen voortkomen uit het feit
dat wij zijn opgevoed binnen de huidige patriarchale samenleving.
Voor mij is de conclusie van blz 141 uit het boek, "Seksisme is inherent
aan de bestaande structuur van de autonome beweging", een te beperkte
conclusie. Want volgens mij is er meer nodig om omgangsvormen en seksisme uit de
beweging te bannen dan slechts de structuur van die beweging te veranderen.
Het patriarchaat is dus een sociale structuur en bepaalt op dominante wijze hoe
mensen met elkaar omgaan. Wil de radiaal linkse beweging echt
maatschappijveranderend bezig zijn, dan zal die beweging (lees; ook en juist de
mannen) moeten kijken welke invloed het patriarchaat heeft op hun gedrag en
functioneren.
De suggesties die Judith doet zijn wellicht voor bewuste vrouwen erg handig.
Echter die suggesties zijn voor mannen (indien deze al voor hen geschreven zijn)
alleen maar van toepassing indien zij erkennen dat er een sekse-probleem is
binnen de sien. Erkenning van het feit dat wij slachtoffers zijn van
onderdrukking en manipulatie van het huidige patriarchale kapitalistische
systeem, zou een grote stap voorwaarts zijn. En die erkenning is er nog steeds
niet.
Aangeleerd gedrag
De socialisatietheorie gaat met name over het feit dat wij binnen deze
samenleving opgevoed worden en dezelfde boodschap meekrijgen. Hetgeen impliceert
dat zowel mannen als vrouwen mechanismen hanteren die ons zijn aangeleerd en die
mechanismen zijn helaas nog steeds doordrenkt van dezelfde kapitalistische
patriarchale normen en waarden. Zolang wij (mensen, mannen binnen de sien) die
invloed niet inzien, of op ze minst ter discussie brengen, zullen we marginaal
en niet echt vernieuwend bezig zijn.
Waar het mij om gaat is dat veel aangeleerde gedragingen niet ter discussie
staan. Men spreekt elkaar niet aan op zulk gedrag. Ik heb het dan bijvoorbeeld
over:
* onderlinge concurrent (mannen voeren ook een strijd met elkaar) en
statusverhoudingen,
* het niet goed kunnen omgaan met kritiek (zowel goed kritiek geven als
ontvangen),
* geen inzicht hebben in wat uiterlijkheden veroorzaken (waarom kleden mannen
zich vaak erg stoer en vrouwen zich juist mooi?),
* dat de theorie nog steeds een hogere status heeft dan het persoonlijke,
hetgeen een onpersoonlijke manier van omgaan met zich meebrengt,
* dat de mannelijke manier van presentatie overheerst en dat men zich niet
kwetsbaar of verzorgend zal opstellen, waardoor mensen uiteindelijk zullen
afhaken.
Dit houdt het seksisme in de beweging in stand en zo zal de beweging nooit als
volwaardig alternatief beschouwd worden.
Het gaat om handelingen die misschien an sich niet `seksistisch' zijn, maar die
in de huidige context (geen discussies over seksisme/rolpatronen) wel degelijk
door zowel mannen als vrouwen als seksistisch ervaren worden. En met seksistisch
bedoel ik onder andere het niet serieus nemen en het achterstellen van vrouwen
en het uitbannen van een zogenaamde "vrouwelijke" manier van omgaan
met elkaar.
Het boek van Judith biedt mij de mogelijkheid om bepaalde belangrijke doelen van
de mannenstrijdgroep waar ik deel vanuit maak, uit de doeken te doen. Het is
denk ik erg goed van de beweging en dus ook van Judith, dat in tegenstelling tot
de reguliere samenleving er een discussie kan plaatsvinden over hoe mannen en
vrouwen met elkaar omgaan in de beweging. Ook al is de door Judith beschreven
sien vrij klein, er zijn wel degelijk herkenbare aspecten die anderen sientjes
kunnen herkennen en wellicht kunnen toepassen. Daarnaast geeft Judith ook aan
dat het bespreken van de omgangsvormen een belangrijke stap kan zijn in het
uitbannen van seksisme.
Gezien de huidige activiteiten binnen de beweging op het gebied van seksisme
denk ik zelf dat de discussie omtrent seksisme in de beweging niet als een kaars
zal uitgaan. Mijn ideaal zou zijn dat er bijvoorbeeld tijdens de
Pinksterlanddagen een of meerdere discussies plaats gaan vinden die
verschillende stromingen uit het anarchisme laat samenkomen en van waaruit iets
gezamenlijks komt.
Bijvoorbeeld een immediatistische groene pro-feministische syndicalistisch
anarchistische stroming van denksters en doensters.
Met andere woorden: laat een ieder haar/zijn theorie hanteren met respect voor
de ander. Met de suggesties van Judith, in onze achterhoofden kan het dan niet
mis gaan.
KRAKEN IS MEER....
Door: J&S
Berichtgeving over kraken en de
kraakbeweging gaat bijna altijd over conflicten: ofwel een pand is vers gekraakt
en nog bedreigd met ontruiming (of erger: de kraak liep uit de hand en er was al
een zgn. "rel" voordat het goed en wel begonnen was), of een pand is
alweer bedreigd met ontruiming omdat de eigenaar er iets mee zegt te willen. In
beide gevallen wordt kraken in verband gebracht met openbare actie, (de dreiging
van) geweld, en politie-optreden. Het beeld van kraken dat zo gepresenteerd
wordt is negatief: veel mensen denken dat krakersters alleen maar uit zijn op
een rel, gratis wonen en lamlendigheid. Terwijl kraken voor veel mensen die
ermee bezig zijn iets heel anders betekent: het zelf invullen en bepalen van je
eigen leven, te beginnen met een dak boven je hoofd. Het is heel jammer dat er
nooit eens iets geschreven wordt over de tussenliggende periode: tussen kraak en
ontruiming. Want juist in die tijd gebeurt er ontzettend veel, en juist in die
tijd bewijst kraken haar waarde.
Het zijn niet alleen de reguliere media die het negatieve beeld van kraken en de
kraakbeweging creëren en in stand houden. De eigen media - dit 'Hoofdstedelijk
Kraaknieuws bijvoorbeeld - doen hun uiterste best kraken zo interessant mogelijk
neer te zetten, voor de reguliere media althans. Want de persmuskieten binnen de
kraakbeweging weten maar al te goed dat 'gewone' journalisten alleen geïnteresseerd
zijn als er tenminste verfbommen en hopelijk meer te verwachten is. Steeds weer
wordt er dus een rel beloofd, of zoiets, in de hoop weer eens in de aandacht te
komen. Want kraken gaat door, en ideeën ontruim je niet. Dat klopt, de ideeën
worden niet ontruimd maar de panden wel. En dat krijgen we te zien:
ontruimingen.
Een ander probleem dan de beeldvorming
over de kraakbeweging is de relatie tussen het persoonlijke en het politieke,
met name wat betreft onderlinge omgangsvormen en man-vrouwverhoudingen. Meestal
hebben we het dan over seksisme. En daar komt ook de beeldvorming weer om de
hoek kijken: de kraakbeweging lijkt dan soms alleen maar uit stoere mannen te
bestaan. Dit beeld mag overdreven zijn, maar de rook verraad wel dat er iets
moet branden. Over dat vuurtje is in de loop der jaren al veel zinnigs gezegd en
geschreven maar dit is helaas vrijwel nooit structureel opgepakt. De laatste
publicatie van deze soort is het boek 'Het Gekraakte Ideaal - omgangsvormen en
seksisme binnen radicaal links' van Judith Metz. In dit boek beschrijft Judith
aan de hand van interviews met vrouwen binnen de autonome beweging wat iedereen
eigenlijk al wist, of tenminste zou kunnen en moeten weten: dat de
radicaal-linkse subcultuur niet zo makkelijk de eigen idealen in de praktijk
weet te brengen als men wel zou willen. We zijn tegen racisme, tegen seksisme,
en tegen nog veel meer - maar daarmee is nog niet gezegd dat we zomaar niet meer
racistisch of seksistisch zouden zijn. De tegenstelling tussen idealen en
realiteit, tussen theorie en praktijk, wordt schrijnend als je kijkt naar het
aantal mensen dat, na een tijdje heel actief te zijn geweest, weer afhaakt omdat
de pretenties tot teleurstellingen leiden.
In haar boek beschrijft Judith een aantal mythen van de autonome beweging die
blijkbaar, wanneer ze naast concrete ervaringen gelegd worden, een eigen leven
zijn gaan leiden. De belangrijkste mythe vind ik zelf het idee dat het binnen de
autonome beweging paradijselijk zou zijn alleen al omdat we dat zo graag zouden
willen. Op het moment dat je kiest voor 'ons' en dus tegen 'hun' wordt je geacht
veilig te zijn in eigen kring. Interne kritiek is niet meer mogelijk omdat die
het ideaalbeeld aantast: je bent of goed of fout, en als je bij ons hoort ben je
goed anders ben je fout. Dus kan er bij ons ook niks fout gaan want wij zijn
goed. Ben je toch een keer fout dan hoor je niet meer bij ons want wij zijn
goed. Enzovoorts. Vermoeiend hoor: als je per definitie bij de goeden hoort valt
er dus nooit meer te praten over verbetering in eigen kring. Goed is goed en kan
niet beter; fout is fout en kan niet slechter.
Ook het uitgangspunt dat iedereen gelijk is blijkt een mythe: zoals in Animal
Farm blijken sommigen stiekem toch meer gelijk dan anderen. Mannen bijvoorbeeld,
worden stelselmatig meer serieus genomen dan vrouwen. En ouderen, oude rotten in
het vak of oude lullen in de volksmond, worden ook serieuzer genomen dan
jongeren. Terwijl de jeugd nota bene de toekomst heeft, per definitie!
Aan de hand van hierboven genoemde
mythen wordt ook duidelijk waarom basisdemocratie, of het werken op basis van
gelijkwaardigheid en consensus, een mythe kan zijn: formeel kan iedereen wel een
gelijke stem hebben maar dat wil nog niet zeggen dat er ook gelijk naar
geluisterd wordt. Niet alleen leeftijd, ervaring en grote bek spelen hierbij een
rol: ook iets heel simpels als het geslacht waartoe je gerekend wordt kan
doorslaggevend zijn. Voor mannen is carrière maken binnen de kraakbeweging een
stuk makkelijker dan voor vrouwen. Maar waarom? Kraken is meer dan een deur open
breken of de confrontatie met de politie aangaan.
Nu is het tijd om terug te komen op het
beginpunt: de berichtgeving over de kraakbeweging, ook door de eigen media.
Terwijl (vrijwel?) iedere krakerster zich opwindt over het beeld dat men heeft,
dat kraken alleen maar gericht is op confrontaties, en weet dat er veel meer bij
kraken komt kijken dan alleen dat, wordt dit beeld door onszelf hardnekkig in
stand gehouden. Hebben we inmiddels zo'n lage eigendunk dan? Of is het een
krampachtige poging onze eigendunk wat op te vijzelen?
Het heeft veel te maken met waar de aandacht naar uitgaat: verfbommen en het
hele folkloristisch gebeuren bij een ontruiming hebben geen nieuwswaarde,
hooguit voor leuke kleurige foto's. Nieuws is als er eens iets anders gebeurd,
of tenminste iets anders verteld wordt. Bij ons krakersters zou je dat
bijvoorbeeld 'human interest' kunnen noemen. Dit is een vervelende en inmiddels
achterhaalde modeterm voor persoonlijke verhalen en belevenissen. Bijvoorbeeld
over wat er nu toch allemaal gebeurt in een kraakpand tussen kraak en ontruiming
in.
Vanaf het moment dat een leegstaande ruimte aan ons kraakbestand is toegevoegd,
worden daarin allerlei activiteiten ontplooid. Ten eerste moet er natuurlijk
vaak gewoond worden, daarvoor moet niet alleen verbouwd maar ook elke dag
gekookt worden, daarvoor moet niet alleen contact gelegd en gehouden worden met
advocaten e.d., maar daarvoor moet ook de onderlinge sfeer goed blijven. Dat is
niet altijd even makkelijk in zo'n onzekere situatie waarin je op elkaars lip
zit.
Maar in veel gekraakte ruimtes wordt niet alleen gewoond: er worden vrijwel
altijd ook andere activiteiten opgestart, variërend van cafés en restaurants
tot allerlei werkplaatsen, ateliers, vergaderplaatsen en andere noem het maar
infrastructurele voorzieningen. Het opzetten en draaiend houden van deze
voorzieningen kost veel tijd, geld en moeite, maar is van levensbelang voor de
autonome of kraakbeweging. Het zijn deze plaatsen waarop meestal kan worden
teruggevallen als ergens anders iets ontruimd wordt. En het zijn deze ruimtes
waar de beweging bij elkaar komt, op wat voor manier dan ook. Deze voorzieningen
leveren vaak ook geld op voor allerlei politieke, sociale en culturele
activiteiten. Kortom, deze infrastructuur is misschien wel eerder te benoemen
als 'de kraakbeweging' dan de paar mannetjes die zich graag profileren op de
eerste danwel laatste dag van een gekraakt pand.
Berichtgeving over deze infrastructuur van de kraakbeweging zal het beeld
bijstellen dat het voornamelijk een stoere mannenbeweging is. Want opeens zullen
ook de vrouwen in beeld komen, evenals de mannen die niet zo nodig in de
frontlinie hoeven. Opeens zal het gaan over wat we wel willen in plaats van waar
we tegen zijn, het zal ineens opbouwend kunnen klinken en uitnodigend kunnen
zijn om mee te doen. Want het is leuk, daar zijn we het onderling wel over eens.
Dit stuk was bedoeld als recensie van
het boek van Judith Metz, maar is ook te lezen als een soort kollum. Judith
heeft zich wel heel erg heeft gericht op de gezichtsbepalende mannelijkheid in
de beweging. Die kan ook erg vervelend zijn, maar we moeten ons er niet op
blindstaren. Er zijn meer mensen die er moeite mee hebben dan dat er mee door
willen gaan. En er zijn ook mannen voor wie op een leuke manier samenwerken
belangrijker is dan de revolutie. Laten we de positieve dingen benadrukken en
uitwerken, de negatieve dingen zoveel mogelijk vermijden of gewoon als onzinnig
afdoen. Daarbij moeten we niet de ogen sluiten voor die negatieve kanten; zoals
Judith ook aangeeft begint het bestrijden van seksisme met de erkenning dat het
bestaat. In haar boek maakt Judith duidelijk dat seksisme niet genegeerd kan
worden, en geeft ze concrete aanbevelingen om de omgangscultuur in de beweging
te verbeteren. Voor mannen die bang zijn voor kritiek biedt ze de mogelijkheid
er iets mee te doen; eens een man is niet voor altijd fout.
Als we het belangrijk vinden dat er een compleet beeld van de kraak- of autonome
beweging wordt gepresenteerd, horen daarin zeker ook al die vrouwen en mannen
die proberen er iets moois van te maken. Door het steeds te hebben over de grote
bekken die zo graag zo gezichtsbepalend willen zijn geven we ze teveel eer.
Kraken is meer dan recht op en neer......
(J & S zijn respectievelijk
ex-kraker en student Vrouwenstudies)
Het gekraakte ideaal, seksisme en
omgangsvormen binnen radicaal links, Judith Metz, Uitgeverij Ravijn, Amsterdam,
1998, ISBN 90-72768-49-3. Te bestellen door ¦ 19,50 + ¦ 5,- (portokosten) over
te maken op giro 2424940 van Ravijn te Amsterdam o.v.v. `Het gekraakte ideaal'.
BEDENKINGEN BIJ EEN STRIJD DOOR MANNEN
TEGEN MANNELIJKE DOMINANTIE.
De laatste maanden heb ik vooral
doorgebracht met virtuele discussie via internet over feminisme en profeminisme.
Misschien dat deze uitgave een eerste weerspiegeling kan zijn van mijn evolutie.
Ik zal het hier niet hebben over
seksisties gedrag of seksistiese bedenkingen maar over het ontwikkelen van een
bepaald profeministies engagement. Het is me inderdaad duidelijker geworden dat
verschillende mannen die tegen het patriarchaat, tegen seksisme zijn desondanks
sterk uiteenlopende ideeën en analyses hebben.
Het belangrijkste inhoudelijke verschil
betreft de symmetriese analyse. Dit houdt in dat profem mannen een analyse
verdedigen waarbij vrouwen én mannen slachtoffer zijn van het patriarchaat.
Vrouwen zouden meer slachtoffer zijn, maar mannen zouden het ook zijn. Ik zou
daarentegen de idee willen verdedigen dat enkel vrouwen en een aantal categorieën
mannen (flikkers, verwijfden,...) slachtoffer zijn van de mannelijke dominantie.
Vrouwen blijven echter de voornaamste getroffenen van het patriarchaat want
zelfs die mannen die het viriele hetero ideaal weigeren, genieten van de meeste
voordelen van een patriarchale samenleving. Deze positie hangt samen met de idee
van het bestaan van twee sociale klassen in een patriarchale samenleving.
Individuen die in onze samenleving worden geboren, worden opgevoed in een
klassensysteem waarbij vrouwen er zijn om gebruikt en uitgebuit te worden door
de dominante klasse van mannen. En alle mannen, zelfs de zachte of profem
mannen, maken deel uit van die dominante klasse : dit betekent dat alle mannen
op een of andere manier onderdrukkend omgaan met vrouwen op intiem, sociaal,
economies of politiek vlak en structureel genieten van de voordelen van het man
zijn. Als je weet dat in Frankrijk vrouwen nog steeds 22% minder worden betaald
voor hun loonarbeid, dan houdt dat in dat elke man geniet van dit voordeel en
per definitie over het algemeen 22% worden beter betaald dan vrouwen. En zelfs
kwa werkloosheid genieten mannen van het patriarchaat want vrouwen zijn de
eerste onstlagene, hebben de meeste 1/3 jobs, en vormen de belangrijkste groep
werklozen. Een ander voorbeeld is die van de bewegingsvrijheid. Alle mannen
genieten van de vrijheid om overdag en 's nachts alleen op straat en in pubs te
gaan zonder lastig gevallen, aangevallen en verkracht te worden. Door het simpel
feit dat een man een man is, ontwijkt hij die verschillende vormen van
onderdrukking en trekt hij voordelen uit de onderdrukking van vrouwen. De
verdediging van een asymmetriese analyse houdt dus in dat profem mannen de
structurele oppositie erkennen tussen vrouwen en mannen, erkennen dat de sociale
klasses in een uitbuiter-uitgebuitte verhouding tegenover elkaar staan en dat er
een relatieve homogeniteit bestaat van de mannelijke en vrouwelijke groep.
Concreet betekent het dat men niet langer de klemtoon legt op het feit dat
vrouwen en mannen slachtoffer zijn van een gender-gevangenis en dat beiden
inspanningen moeten doen om zichzelf en elkaar te bevrijden van die gevangenis,
maar dat de sociale machtsverhouding in een patriarchaat zo is dat mannen
opgevoed worden om vrouwen te domineren en uit te buiten (en het mannelijk
gebrek aan emotie-expressie is hierbij een van hun beste wapens). Individuen
worden niet opgevoed tot mannen en vrouwen maar tot mannen tegen vrouwen. De
notie zelf van sekse-klassen (die ik overneem van Christine Delpy, een radicale
materialistiese feministe) uit duidelijk dat er geen sprake is van een sociale
groep mannen die onafhankelijk bestaat van de sociale groep vrouwen, maar dat
beiden uit een machtsverhouding gegroeid zijn en het product zijn van
uitbuitende verhoudingen. Terwijl deze asymmetriese analyse zonder probleem
wordt gebruikt bij andere machtsverhoudingen zoals kapitalisme, racisme en
slavernij, merk ik dat men tav het seksisme vaak weigert om dezelfde structurele
oppositie te herkennen. Is dit omdat seksisme ons scheidt en tegenover elkaar
stelt binnen de blanke, middenklasse groep - en dat we niet gewoon zijn om
machtsmechanismen onder elkaar te analyseren en de vijand liever buiten ons en
veraf zien zoals bv. de staat, het kapitalisme,... ?
Een tweede inhoudelijk punt betreft de
motivatie of beweegredenen van profem mannen. Vaak gebruiken mannen - en dit
hangt natuurlijk samen met hun symmetriese analyse - een min of meer
androcentriese/egocentriese reden om tegen mannelijke dominantie te strijden.
Een antiseksisties of antipatriarchaal engagement strijdt natuurlijk tegen de
onderdrukking van vrouwen maar al te vaak merk ik bij individuele mannen of
collectieve mannengroepen dat hun profem engagement niet alleen voortspruit uit
een pijnlijk ervaren mannelijke socialisatie maar tevens de neiging heeft
om hun eigen persoonlijke groei en welzijn blijvend centraal te stellen. Het
doel is dan niet langer om eigen vrouwonderdrukkende gewoontes te analyseren en
veranderen maar om het eigen palet aan attitudes en emoties uit te breiden.
Aangezien vele mannen tot het profeminisme komen via pijnlijke ervaringen mbt
het mannelijk ideaal, blijven we vaak hangen in die primaire motivatie die
egocentries is. Zelfs wanneer het doel is om een alternatief man/mensbeeld te
ontwikkelen waarbij menselijkheid en niet viriliteit belangrijk is, kan men zich
vragen stellen over het effect van die alternatieve mannenpraktijken. Wat is het
effect tav andere mannen ? Welke attitude neemt men aan tav mannen - een van
sociale begeleiding naar een ander manbeeld of een sociaal verzet tegen de
onderdrukking van vrouwen in zijn eigen leven en in de algemene maatschappij ?
Focust men op zijn eigen behoeften of wil men zich concentreren op de verlangens
en behoeften van vrouwen ? Om die verglijding naar zacht egocentrisme te
vermijden vind ik het noodzakelijk dat profem mannen werken aan een altruïsties/politiek
engagement waarbij de vrijheid en het geluk van vrouwen centraal staan - zowel
in de militante praktijk als in zijn persoonlijke beleving. Dat men niet blijft
hangen in zijn eigen (eventueel pijnlijke) geschiedenis maar een kwalitatieve
sprong maakt naar de levenservaringen van vrouwen - die onvergelijkbaar
pijnlijker zijn dan de meeste van onze levens. Om dit te verhelderen maak ik
vaak de vergelijking met antispeciesisme of dierenbevrijding. Ik ben vegetariër
en veganist geworden, niet omdat mijn gezondheid of mijn leefomgeving beter zou
worden, maar omdat men gevoelige individuen opsluit, vermoordt en foltert enkel
en alleen omdat het geen menselijke individuen zijn. Indien vegetarisme
ongezonder zou zijn dan vegetarisme, indien het stopzetten van dierproeven de
levenskwaliteit van mensen zou verminderen... zou men dan moeten ophouden
niet-menselijke dieren te respecteren en als gelijkwaardigen te behandelen ?
Nee, toch. Op dezelfde manier vind ik vaak dat zelfgerichte motivaties van
profem mannen nogal obsceen zijn.
En, een derde element, het lijkt me
daarom noodzakelijk dat individuele mannen en mannengroepen zoeken naar een
dynamiek ism feministiese vrouwen of vrouwengroepen. Het antwoord dat ik zelf
probeer toe te passen is het in praktijk brengen van verantwoording ten aanzien
van feministen. En dit verantwoordingsidee zou ook kunnen toegepast kunnen
worden op profem mannengroepen. Dit zou bvb inhouden dat een mannengroep
regelmatig verslag uitbrengt van zijn activiteiten aan een bepaalde feministiese
groep die bereid is hun werking te analyseren en te evalueren met hun
feministiese maatstaven. Een verdere stap die me tevens nodig lijkt, is het
voorleggen van publieke projecten van mannengroepen aan feministiese groepen. Op
deze manier kan die mannengroep een precieze feedback krijgen op hun projecten
en nadenken over de kritieken en raadgevingen van die feministiese groep. Deze
verantwoordingsidee volgt logies uit de asymmetriese analyse : indien profem
mannen werkelijk inzien dat er een structurele oppositie bestaat tussen twee
sociale klassen, en dat zij nillens willens deel uitmaken van de dominante groep
dan lijkt het normaal dat zij steeds opnieuw te raad gaan en verantwoording
afleggen bij de subjecten van de vrouwenstrijd nl. feministiese vrouwen. De idee
dat profem mannengroepen autonoom en als gelijken van feministen kunnen
functioneren zonder dat dit een negatief effect zou hebben op de feministiese
beweging lijkt me misplaatst. Al te vaak hebben profem mannen de neiging om
bepaalde aspecten van het feminisme te bekritiseren en zelf een betere weg voor
te stellen - die vaak concurreert met feministiese initiatieven (cfr. de
pleidooi voor alternatieve centra voor verkrachters ipv gevangenissen
concurreert vaak rechtstreeks met de feministiese strijd voor meer opvangcentra
voor vrouwen ; het ontwikkelen van mannenstudies concurreert vaak met het
bestaan en de groei van feministiese vrouwenstudies). Een onderdeel van
die verantwoordingsidee is de algemene verhouding tav het feminisme en zijn
onderlinge diversiteit. De verleiding is vaak groot voor profem mannen om het
zgn. 'goede' feminisme van het zgn. 'slechte' feminisme te onderscheiden. Voor
libertairen zal dit dan vaak spelen rond pornografie of juridiese initiatieven
tegen gewelddadige mannen (cfr. het debat in de angelsaksiese wereld rond
pornografie, 'vrije meningsuiting' en 'censuur'). Het is logies dat we ons als
profem mannen dichter kunnen voelen bij een bepaalde feministiese stroming dan
een andere. Maar het lijkt me verkeerd om als profem mannen actief deel te nemen
aan het bekritiseren van het feminisme omdat we dan, ten eerste, op een
'genuanceerde' manier deelnemen aan het algemene anti-feminisme dat sterk
bestaat in de huidige samenleving, omdat we, ten tweede, als leden van de
dominante groep dan niks anders toepassen dan de 'verdeel en heers'- tactiek, en
tenslotte omdat het makkelijker is om de feministiese beweging te bekritiseren
dan zelf te werken aan het analyseren van het dominante gedrag van mannen en er
tegen in te gaan - in onszelf, de linkse beweging en algemeen in de patriarchale
samenleving. Positief geformuleerd vind ik dat profem mannen publiek solidair
moeten zijn met feministiese eisen.
Zo dat was het even heel snel. Hier in
Lyon zijn pas drie anarchistiese dagen voorbij. Ongeveer 300-400
deelneemsters/ers, en heel veel conflicten rond vrouwengroepen en feminisme. Een
bikkelharde context waarbij opnieuw mannen het makkelijkst uit de situatie
komen. De meeste discussies gingen rond feministiese vrouwenpraktijken ipv
mannelijke dominantie, arrogantie en paternalisme. As usual. En de feministen
die samen gereageerd hebben op een ludieke en symboliese wijze worden zwaar
bekritiseerd en aangevallen door mannen en vrouwen - opnieuw betalen feministen
voor hun engagement tegen onderdrukking.
Succes met jullie werking, alle
reaksies welkom!
Groetjes, Léo.
MANNENSTRIJD
Deze tekst heb ik na de vorige
Pinksterlanddagen geschreven als aanzet voor discussie tijdens het eerste
Anarchistiese en Profeministiese Mannenweekend. Veel reactie is er niet op
gekomen maar ik heb het gevoel dat de ontwikkelingen in het afgelopen jaar
positief genoeg waren om niet in oeverloze discussies over de 'juiste lijn' van
mannenstrijd te verzanden. Natuurlijk is er altijd kritiek mogelijk, en kritiek
kan ook opbouwend zijn. Ik hoop dat mensen reageren, als ze het er wel of niet
mee eens zijn, op een manier die kan bijdragen aan een positieve betrokkenheid
van mannen bij feminisme.
Nu we verder gaan met wat we tot nu toe
'mannenstrijd' hebben genoemd, wil ik proberen mijn ideeën hieromtrent op een
rijtje te zetten. Misschien kunnen ze als handvat of richtlijn dienen bij het
zoeken naar een invulling van die mannenstrijd. Er zijn in mijn ogen namelijk
heel wat valkuilen en zijsporen die het ons nog moeilijker kunnen maken dan het
al is.
Ik wil beginnen met het
'pro-feministische' karakter van onze mannenstrijd, omdat daar niet alleen een
beginpunt ligt maar juist ook een enorm knelpunt. Veel draait om de vraag, hoe
wij als anarchistische mannen ons verhouden tot vrouwen en vrouwenstrijd. Het
lijkt me niet overdreven om te stellen dat wij nooit op het idee van
mannenstrijd gekomen waren als er niet al zoveel gebeurd was op het gebied van
vrouwenstrijd.
'Pro-feministisch' houdt voor mij op de eerste plaats in dat onze mannenstrijd
niet tegen vrouwen of de vrouwenbeweging gericht moet zijn. Dat deze opmerking
niet ten overvloede is lijkt me al wel weer duidelijk bewezen. Maar het betekent
niet dat we alles wat onder een feministische vlag vandaan komt klakkeloos
moeten overnemen. Er zijn ook teveel verschillende feminismes om daar een
eenduidige weg voor mannenstrijd aan te kunnen ontlenen. Was het maar zo
makkelijk.
Mannenstrijd moet en kan niet zomaar in het verlengde van
feminisme/vrouwenstrijd gelegd worden. Als mannenstrijd inhoudt dat wij menen vóór
vrouwen te strijden, dan zijn we al snel weer terug bij af, dan blijft het niet
alleen een afstandelijke zaak voor onszelf maar dan reproduceren we ook
simpelweg de verhoudingen waar ze ons tegen verzetten. We zullen het voor
onszelf moeten doen, en daarvoor bij onszelf te rade gaan wat we eigenlijk te
winnen willen en kunnen hebben, waar we nu ontevreden over zijn en wat dat te
doen heeft met man-vrouwverhoudingen. Ik meen dat we daarvoor goed bij
feministische inzichten terecht kunnen. Er valt van het feminisme veel te leren
zonder alles klakkeloos over te nemen. Het feminisme heeft een perspectief op de
maatschappij ontwikkeld dat we ons eigen moeten zien te maken om van daaruit een
eigen femanistisch perspectief te kunnen ontwikkelen. Want hoe zinnig en
interessant het feminisme ook kan zijn, de impliciete dan wel expliciete
indeling tussen vrouwen als slachtoffer en mannen als dader die zo vaak aanwezig
is, is voor mannenstrijd niet altijd even productief. Schuldgevoel mag dan
misschien een goede motivator zijn, als raadgever schiet het in mijn ogen tekort
vergeleken met verantwoordelijkheidsgevoel.
Schuldgevoel is vaak een beginpunt voor mannen om over hun eigen sekserol te
gaan nadenken en een begin te maken met mannenstrijd in welke vorm dan ook. In
anarchistische en zelfs in linkse kringen kan een motivatie ook nog gevonden
worden in de onrechtvaardige verhoudingen wereldwijd en het inzicht dat alles
met alles verband houdt. Persoonlijk ben ik wel van mening dat feminisme als
totaalstrijd meer potentie heeft dan welke andere ideologische vlag dan ook.
Maar dan moet je het nog wel hebben over de concrete inhoud. Uiteindelijk zijn
schuld, verantwoordelijkheid en ideologie motieven die (te ver) buiten onszelf
liggen. Ontevredenheid, ergernis en irritatie met de bestaande gang van zaken
zie ik als krachtiger en langduriger, omdat ze persoonlijk zijn en dus niet zo
makkelijk weggeredeneerd kunnen worden. Voor schuld en verantwoordelijkheid zijn
schijnbare oplossingen te vinden, zoals het ook eens doen van de afwas of het in
vergaderingen je best doen ook anderen (vrouwen, maar ook mannen) an het woord
te laten komen. Je kunt je feministische theorieën eigen maken om zo je
ideologie ook in feministische zin te perfectioneren, en lippendienst bewijzen
aan de onderdrukten die je dus zelf niet onderdrukt. Dat is een voor mij
inmiddels bekend mechanisme in deze scene: door ons tegen iets te verklaren gaan
we er meteen vanuit dat we dat kwade zelf niet in ons hebben: we zijn tegen
racisme dus zijn we zelf niet racistisch, hoewel de scene gemiddeld witter is
dan vrijwel welke andere subcultuur ook. Zo ook met seksisme: we zijn ertegen en
dus verbaasd en geshockeerd als het bij ons ook blijkt voor te komen. Jezelf een
rad voor ogen draaien noem ik dat; omdat onze beweging kwa seksen meer gemengd
is dan kwa huidskleur/kultuur is er bij ons ook meer discussie over
man-vrouwverhoudingen. Ik ga ervan uit dat discussies over racisme nog veel
heftiger zouden zijn zelfs als er nog minder andere culturen/kleuren dan vrouwen
in onze kringen tegenwoordig zouden zijn.
Het is een ingewikkelde en zware weg
waar we aan beginnen, niet alleen omdat het doel zo onduidelijk is maar ook
omdat het beginpunt al zo beladen is. Daarom wil ik hier een aantal voorstellen
doen die ook als aandachtspunten kunnen worden meegenomen:
* laten we niet zoeken naar (al te) makkelijke antwoorden op zulke moeilijke
vragen;
* vragen cultiveren in plaats van strategie uitstippelen op weg naar een
onduidelijk doel;
* het doel moet zijn bewustwording, nadenken, vragen stellen en luisteren;
* we moeten vrijuit kunnen praten, juist ook over heikele punten;
* daarvoor moet alles wat besproken wordt als vertrouwelijk worden beschouwd en
dus binnen de groep blijven;
* bovendien moeten we elkaar niet veroordelen op fouten maar zoeken naar begrip
voor elk mogelijke situatie;
* kritiek kan nuttig zijn mits opbouwend: het heeft geen zin je eigenwaarde op
te vijzelen door anderen te bekritiseren;
* omdat niet duidelijk is waar het met mannenstrijd heen moet, moet er ruimte
voor onszelf en anderen zijn om te experimenteren en dingen uit te proberen;
* daarvoor moeten we dus ook fouten kunnen maken én daarover kunnen praten;
* het gaat erom van en met elkaar te kunnen leren en niet om het volgens clichés
of stokpaardjes veroordelen van afwijkingen van de juiste leer
Voor degenen die de indruk hebben
gekregen dat persoonlijke groei voor mij de belangrijkste zo niet enige
motivatie voor mannenstrijd is: dat is zeker niet het geval, maar persoonlijke
groei zie ik misschien wel als de belangrijkste manier waarop mannenstrijd op
een zinnige manier vorm kan krijgen. Ik heb me in de loop der jaren vaak
gestoord aan de manier waarop mensen (mannen!?) in onze kringen met elkaar
omgaan, ben op gegeven moment tegen vrouwenstrijd/feminisme aangelopen als
politieke theorie die een sterke koppeling legt tussen het persoonlijke en het
politieke en die dus mijn ergernis over de persoonlijke omgangsvormen een
politieke plaats wist te geven. Toen liep ik nog rond met het gevoel dat het
eenvoudig aanwijzen van een boosdoener vanzelf zou kunnen leiden tot een juiste
strategie om het juiste doel te bereiken, namelijk het uitschakelen van de
boosdoener. Helaas, in dit geval is het ingewikkelder: de boosdoener ligt niet
ergens buiten mijzelf, maar maakt deel uit van mij zoals ik er zelf ook weer
deel van uitmaak. Makkelijk was het nog toen ik gewoon andere mannen als
boosdoener aan kon wijzen, omdat ze het onderwerp niet zo serieus en persoonlijk
opvatten als ik (noodzakelijk vond). Maar me terugtrekken van mannen is geen
oplossing en zal dat ook niet kunnen zijn. Voor mij althans. Niet alleen omdat
ik me dan ook terugtrek van mezelf en dus krampachtig probeer niet mezelf te
zijn, maar ook omdat ik gewoon altijd weer mannen tegenkom bij de dingen die ik
wil doen omdat ik ze belangrijk en leuk vind. Tijdens de Pinksterlanddagen was
het voor mij ergens zeer ontroerend en zekere heel stimulerend om zoveel mannen
te zien die wel willen maar ook niet weten hoe, die op een of andere manier ook
niet tevreden of zelfs ongelukkig zijn met de normale rolverdeling, niet alleen
tussen mannen en vrouwen maar juist ook tussen mannen onderling.
Ik kan een hele politieke verhandeling houden over de plaats die feminisme
volgens mij binnen het anarchisme zou moeten innemen, maar ben dat niet van
plan. Voor mij is het niet meer zo belangrijk onwillenden te overtuigen als wel
om aan de slag te gaan met degenen die wel willen. Op de PL of waar dan ook zal
ik niet veel energie besteden aan discussies over nut en noodzaak van
pro-feministische mannenstrijd, omdat ik m'n energie graag wil sparen voor die
mannenstrijd zelf, samen met andere mannen die dat ook willen. Op die manier
wordt mannenstrijd wellicht iets individualistisch of exclusiefs, maar gelukkig
ook heel persoonlijk. Als we op dat vlak verder gekomen zijn kunnen we altijd
nog naar buiten treden. Maar als het goed is zal het voorbeeld alleen al genoeg
moeten zijn; dan zullen we andere mannen kunnen aanspreken met de leuke dingen
die we met elkaar bereikt hebben en zijn theoretische discussies hierover
overbodig.
Ik hoop op jullie reacties,
met vriendelijke groetjes,
Jens
REACTIE
Allereerst, Jens ik vind het een erg
goed stuk ik heb dus geen directe kritiek, misschien een aanvulling en een
(aantal) vragen voor een discussie.
Vragen:
Denk je Jens, nu we een aantal weekenden (3) hebben gehad dat we veel over
zijsporen of in valkuilen zijn gevallen?
Aanvullingen:
Ik heb een aantal aanvullingen die ook voortborduren op de dingen die gebeurden
toen we samen tot een compromis wilden komen.
-iedereen is zijn/haar eigen leider, heeft zelf de beslissing over welke van
zijn/haar gedachten hij/zij aan het woord laat. -Het is essentieel dat iedereen
serieus genomen word.
-Storingen hebben voorrang. Als iemens met iets zit is het essentieel om daar
kort aandacht aan te geven, zodat hij/zij het kwijt is zodat die persoon weer
mee kan in het gesprek. Dit is van belang, want iedereen die mee kan doen (en
dus niet belemmert word door omstandigheden of gevoelens) heeft waarde in het
gesprek (het geheel) en mogelijk een belangrijke bijdrage. Daarnaast heeft
iedereen het recht om deel te nemen, te genieten van wat er gebeurt en te
luisteren naar wat er gezegd wordt.
Dit heeft waarschijnlijk meer negatieve gevolgen voor het gesprek dan dat er
stoorzenders ontstaan, doordat ze niet mee kunnen, dan dat zo de vaart of de
essentie van het gesprek verstoord wordt.
Verdere reactie is overbodig, je stukje
is volledig naar mijn idee.
Theun.
KOLUMAN
Leuk hoor zo'n __-weekend. Na een
gesprek met een van de __ kwam ik erachter dat ik mijn verzameling boeken en
muziek drastisch moest inperken of juist uit moest breiden om een beetje correct
bezig te zijn met anti-seksisme.
Tussen het rijtje romans dat er in mijn kast stond kon ik namelijk maar
twee boeken vinden die waren geschreven door een vrouw. Bij het rijtje
filosofie, politiek e.d. waren het er gelukkig al drie. Mijn boeken over
feminisme waren zonder uitzondering geschreven door vrouwen. Maar zoveel
feministische boeken heb ik niet om de rest van mijn patriarchale collectie te
compenseren. De fik d'r in dus, want het uitbreiden van mijn verzameling zit er
financieel niet in. Ja, ik ben zo'n zieligerd die niet meetelt in 'onze'
patriarchale samenleving.
De boeken die het langst bleven branden waren de bijbel en zo'n dikke pil
van A.F.Th v/d Heyden. Ik was al nooit zo gek op zijn schrijverij over vrouwen.
Moeilijker had ik het met Turks Fruit van Jan Wolkers. Ergens voelde ik toch mee
met de gevoelens van de hoofdpersoon. Al begreep ik nooit hoe hij het voor
elkaar kreeg om met ik weet niet hoeveel vrouwen het bed in te duiken. Vroeger
dacht ik dat het aan mij lag, dat vrouwen mij niet aantrekkelijk vonden of dat
ik misschien homo was. Inmiddels lees ik zoiets met een andere bril: hup op de
brandstapel d'r mee! Wie weet er trouwens wat ik aan moet met 'Twee vrouwen' van
Mullisch?
Mijn bandjes met muziek van supermacho Lou Reed heb ik inmiddels
overgespoeld met muziek van de Spice Girls. Zo krijg ik nog wat mee van de
_-lijke puberteit. (Ik kon helaas niet op tijd aan een kaartje van hun concert
komen, maar wie heeft er nog foto's om te ruilen?) Gelukkig konden mijn CD's van
PJ Harvey blijven staan. Maar wat ik aan moet met mijn muzikale held Peter
Hammill weet ik niet. Het doet me toch pijn om zijn platen te zien branden. Dus
vraag ik hierbij of iemand nog een collectie van Janis Joplin of Anne Clarke
heeft staan die ik voor een prikkie over kan nemen. (Ook gevraagd boeken van de
zusjes Brönte, liefst vertaald.)
Jan
Webpublicatie: Michel Post
BESTAAT MANNELIJKHEID DAN HELEMAAL
NIET.
Mannelijke anarchisten en profeminisme
pAtriek
8 juillet 99
Patriek.Dooms@advalvas.be
Sinds lang noem ik mezelf anarchist. En
biseksueel. Onafscheidelijk verbonden met elkaar. Door het nadenken over (mijn)
biseksualiteit kreeg ik anarchistische ideeën omtrent de verschillende vormen
van relaties (persoonlijke en andere), via mijn anarchisme kwam de vrijheid om
me biseksueel te noemen en me ook zo te gedragen. Dit artikel is niet bedoeld om
de anarchistische beweging in diskrediet te brengen. Vrijheid is ontzettend
belangrijk voor me, communicatie ook. Om daarvan verzekerd te zijn, vind ik dat
een aantal discussies binnen de anarchistische beweging belangrijk zijn. Mijn
interesse in feminisme is een direct gevolg van mijn contact met feministes.
Mijn interesse in profeminisme is hoofdzakelijk een gevolg van mijn man zijn
onder feministes en mijn contact met profeministische mannen.
Ik wil opmerken dat het tweedelig indelen naar sekse, verengend werkt, ook in dit artikel. Deze beperkingen, het niet rekening houden met interseksuelen (d.w.z. mensen die om biologische/genetische redenen niet in te delen zijn in man of vrouw. Zie Karin Spaink, M/V) en met mensen die om niet-genetische redenen niet vallen en/of niet willen vallen onder de indeling in of man of vrouw had ik graag voorkomen. Ik kwam nog niet zoveel interseksuelen tegen binnen de beweging, wel vaak diegenen die zeiden dat ze geen man zijn, en zich gediscrimineerd voelden door vrouwengroepen. ‘Ja natuurlijk zijn er interseksuelen die zichzelf geen man voelen maar je socialisatie heb je wel op zak’ (Ruud van der Heijden, 1999) ‘De indeling in vrouwen en mannen, zoals die door velen als een vo