Nederland en Vlaanderen vergeleken

NEDERLAND 63 procent van de moeders werkt, de overgrote meerderheid (84,5 procent) parttime. Een flink percentage moeders (57 procent) werkt niet als ze jonge kinderen hebben, maar daarna weer parttime. Van de vaders werkt ruim 10 procent in deeltijd.

Nederlandse en Vlaamse moeders steken twee keer zoveel uren in het huishouden als hun mannen, ruim 20 uur tegenover krap 10. Wat kost een hulp? Een zwart betaalde werkster kost zo'n 10 euro per uur. Nieuw in Nederland is een gezinsmanager, die schoonmaakt, kookt, de kinderen ophaalt. Je betaalt een abonnementsprijs per maand (voor vier uur zo'n 24 euro) plus 10 euro per uur. Voor vier uur per week ben je dan 64 euro kwijt.

Meer ouders blijven in ons buurland thuis. 25 procent van de kinderen gaat naar de formele kinderopvang (kinderdagverblijf, gastouder), 50 procent naar een peuterspeelzaal (vaak enkele uren per week). Door de prijsstijging nam de informele opvang (oma, buren, vriendin) het afgelopen jaar toe.

Een ziekenverzorgster met twee kinderen en twee dagen kinderopvang (en een man wiens werkgever geen bijdrage voor kinderopvang betaalt), is ongeveer de helft van haar salaris kwijt (480 euro). Een lerares bijna zestig procent (850 euro). De ouderbijdragen zijn in vijf jaar verdubbeld. De bijdrage van werkgevers voor kinderopvang is niet wettelijk verplicht: vorig jaar verlaagde bijna een op de vier werkgevers zijn bijdrage.

VLAANDEREN 70 procent van de Vlaamse moeders werkt, de helft van hen voltijds. Door de goedkopere kinderopvang en scholen is dat gemakkelijker dan in Nederland. Vlaamse vaders doen nauwelijks deeltijdwerk: hooguit 3 procent.

Hulp in de huishouding wordt gestimuleerd via de dienstencheque. Een hulp kost netto 4 euro. Je betaalt 6 euro voor de cheque maar via de belasting krijg je er 2 terug. De werkster, verbonden aan een erkend bedrijf, ontvangt 8 euro: 6 plus 2 van de staat. De staat betaalt voor de werkster ook de socialezekerheidsbijdrage.

Vorige week was er in het Vlaams Parlement een debat over de vraag of de dienstencheque ook gebruikt kon worden voor kinderoppas. Beslissing volgt later.

Het beeld dat de Vlaamse jeugd grotendeels door grootouders wordt opgevoed, is achterhaald. De informele opvang beslaat 38 procent. 32 procent van de kinderen gaat naar de formele opvang.

Een ziekenverzorgster in Vlaanderen betaalt de helft minder voor kinderopvang en een lerares zestig procent minder dan haar Nederlandse collega's. In Vlaanderen betaalt de werkgever niet mee aan de kinderopvang. Omdat kinderen er vanaf tweeëneenhalf jaar naar school kunnen, betalen de ouders een relatief korte periode kinderopvang. Van de kinderen tot drie jaar gaat 69 procent naar school (ruim de helft deeltijd), daarna gaan ze bijna allemaal.

28/02/2004
De Standaard