http://www.algemeendagblad.nl/artikelen/ConsumentenGeldMisdaaddossier/1054272448041.html
12-09-2003
Door Arjan Paans en Kees Wessels
Dat Rotterdam onveilig was, bewezen de cijfers vorig jaar al. Nu blijkt de Maasstad ook nog eens het hoogste aantal verkrachtingen te tellen. Maar relatief gezien vonden in het Limburgse Gulpen-Wittem meer aanrandingen plaats.
Tussen een serie verkrachtingen en een reeks aanrandingen ligt een afstand van ruim 200 kilometer. En een wereld van verschil. Rotterdam mag dan in misdaadtermen het Sodom van Nederland zijn, Gulpen-Wittem is natuurlijk niet het Gomorra. Toch 'scoren' beide gemeenten hoog als het gaat om twee zedendelicten: verkrachting en aanranding. Alleen zijn de 20 aanrandingen in Gulpen-Wittem niet terug te voeren op een algehele zedeloosheid, maar op de aanmoediging om elke handtastelijkheid in het plaatselijke subtropisch zwemparadijs te melden. Burgemeester W. Geraedts vindt dan ook dat de hoge notering van Gulpen in het juiste perspectief moet worden gezien. ,,Het beleid in het zwembad ten aanzien van seksuele meldingen is zeer streng. In het hoogseizoen surveilleert de politie zelfs langs het zwembad. Voor zover ik heb begrepen, is door het toezicht de veiligheid in het zwembad verbeterd.''
Voor enkele studenten van de hogere hotelschool, lid van het dispuut Xaviera, is de tucht in het zwembad wat te ver doorgeschoten. In februari kregen zij fikse boetes opgelegd na onzedelijk gedrag en een 'reeks aanrandingen' in het zwembad. Na zonder zwembroek van de glijbaan te zijn gegleden, zouden de studenten enkele zwemsters onzedelijk hebben betast. De studenten, gesponsord door seksclub Yab Yum, ontkenden de aanrandingen, maar gaven toe om 'glijtechnische redenen' zonder zwembroek de glijbaan te hebben genomen. 'In je blote kont ga je nu eenmaal sneller', zo luidde het excuus.
Aanzienlijk minder onschuldig is het hoge aantal (pogingen tot) verkrachtingen in Rotterdam en Amsterdam. Met respectievelijk 250 en 277 (Amsterdam telt de pogingen mee, en komt daardoor hoger uit) steken ze schril af tegen bijvoorbeeld Den Haag (61) en Utrecht(43).
Dat het verkrachtingscijfer hoger ligt in de grote steden dan op het platteland is een bekend gegeven, hoewel het feitelijk misbruik op het platteland waarschijnlijk hoger ligt dan uit de politiecijfers blijkt. De aangiftebereidheid bij seksuele delicten is nog altijd gering. De zedencijfers uit de Misdaadmeter zijn waarschijnlijk niet meer dan het topje van de ijsberg. Hoewel uit slachtofferenquêtes blijkt dat jaarlijks 170.000 vrouwen slachtoffer worden van 'ongewenste seksuele contacten' doet niet meer dan 20 procent hiervan aangifte.
Vooral aanrandingen en verkrachtingen met veel fysiek geweld (of dreiging daarmee) door onbekenden worden aangegeven. Net als andere geweldsdelicten vindt dit soort misdrijven vaker plaats in de anonimiteit van de grote stad. Incest daarentegen komt relatief weer vaker voor op het platteland. Uit onderzoek in 2000 naar gegevens uit het Herkenningsdienstsysteem (HKS) blijkt verder dat aanrandingen en verkrachting (net als andere geweldsdelicten) vaker op het conto komen van allochtonen, terwijl incest en ontucht met kinderen vaker wordt gepleegd door autochtonen.
Bij het voorkómen van seksuele delicten staat de politie meestal machteloos. Helemaal omdat een een fiks aantal zaken zich afspeelt in de familiesfeer. ,,Bijvoorbeeld dat een ex-vriend op bezoek komt en dat hij zich aan zijn ex-geliefde vergrijpt'', zegt Anne Geelof van de Rotterdamse politie. Toch was er ook één lichtpuntje. Een Rotterdamse serieverkrachter, die het had voorzien op prostituees, kon na zijn achtste slachtoffer in de kraag worden gevat. Hij is begin dit jaar veroordeeld.
Cursusleider 'agressiehantering' Mark van Dieren vindt dat het hoge aantal verkrachtingen niet mag betekenen dat vrouwen in de grote steden niet meer over straat durven. Zijn cursussen zelfverdediging zijn erop gericht vrouwen weer met een plezierig gevoel over straat te laten gaan. ,,Zonder dat ze zich verplicht moeten voelen om een rok tot over hun enkels te dragen.''
Een verkrachting of aanranding is nooit helemaal te voorkomen, zegt Van Dieren. ,,Meisjes van 6 en vrouwen van 85 zijn het slachtoffer. Je hebt allerlei soorten verkrachters met verschillende persoonlijkheidsstoornissen. Aantrekkelijke vrouwen hebben niet meer kans om het slachtoffer te worden dan onaantrekkelijke.''
Wel kun je volgens Van Dieren bepaalde vaardigheden aanleren om weerbaarder te worden. ,,Vrouwen die aarzelend langzaam, of juist heel snel lopen, zijn kwetsbaarder dan vrouwen die op straat een gelijkmatig wandeltempo aanhouden. Als je wordt aangesproken in de tram, maak je dan breed en duik niet in elkaar. Zoek kort oogcontact. Houd gesprekken zo kort mogelijk, ga niet in discussie, want dat zwakt je duidelijke boodschap af.''
De studentes van het Rotterdamse meisjesdispuut CIA hebben een eenvoudiger manier om verkrachters te slim af te zijn. ,,Je gaat sowieso niet alleen naar huis, of je gaat met de taxi'', zegt bestuurslid Linda de Oude (23). Een jaar geleden werden zij en haar vriend op straat overvallen. ,,Een mes op mijn keel en een pistool op mijn hoofd. Ik denk dat ik geluk had dat ik niet alleen was, anders was het misschien wel tot een aanranding of verkrachting gekomen. Bij de politie vond ik echter weinig gehoor. De volgende dag was mijn dossier al zoek en van een eventueel onderzoek heb ik nog niks gehoord.''
Hoewel zij weinig klachten krijgt over bejegening door de politie is het met de positie van zedenslachtoffers volgens Slachtofferhulp Rotterdam nog slecht gesteld. ,,Het is zelfs zo dat een slachtoffer van verkrachting voor de behandeling van de rechtszaak samen met de familie van de dader in de wachtruimte zit'', zegt woordvoerster Willy Voigt. ,,Het komt vaak voor dat het slachtoffer dan de opmerking naar haar hoofd krijgt dat ze het er wel naar gemaakt zal hebben.''
Ook spreekrecht bij de rechtszaak is nog steeds niet wettelijk geregeld. ,,De verdachte heeft altijd het laatste woord. Het slachtoffer is afhankelijk van de rechter of ze iets mag zeggen. Dat zou bij wet veranderd moeten worden.''
In eerste instantie biedt Slachtofferhulp vooral praktische adviezen over de rechtsgang. ,,Over de verhalen die ze kunnen verwachten van de advocaat, over het gesprek met de officier van justitie. Pas daarna komen de emoties.''
Voigt is niet verbaasd over de slechte score van Rotterdam. Het is voor haar wél reden meer vrijwilligers op een cursus 'omgaan met zedendelicten' te sturen. ,,Een stuk in de krant brengt weer openheid over zo'n onderwerp. Ik verwacht dat het aantal aangiften daardoor nog verder zal stijgen.''